Emily Dickinson (1830-1886) schrijft fascinerende gedichten. Een korte introductie verleidt mogelijk om de deur naar haar poëzie op een kier te zetten.

Laten we beginnen bij de titels. Op een enkele uitzondering na, heeft zij aan haar gedichten geen titel gegeven. Daarmee voorkomt ze dat de lezer in een bepaalde richting wordt gewezen. Het versterkt de mogelijkheden bij het zoeken naar meerdere betekenissen achter haar woorden. Vaak is de eerste regel meteen raak.

Ik woon in het Mogelijke –
Een mooier Huis dan Proza –
Met veel meer Ramen –
En nog meer – Deuren –

Met Kamers als Cederbomen –
Waar het oog niet binnendringt –
Haar Dak dat Eeuwig duurt
Is de Overkapping van de Lucht –

De Bezoekers – zijn het mooiste –
Wat mij Bezighoudt – is Dit –
Mijn smalle Handen wijd uitspreiden
Om het Paradijs te vergaren –

I dwell in Possibility –
A fairer House than Prose –
More numerous of Windows –
Superior – for Doors –

Of Chambers as the Cedars –
Impregnable of Eye –
And for an Everlasting Roof
The Gambrels of the Sky –

Of Visitors – the fairest –
For Occupation – This –
The spreading wide my narrow Hands
To gather Paradise –

J657/F466/1862

Uit de gedichten spreekt een ongelooflijk talent voor verwonderen. Emily Dickinson heeft een scherp vermogen om waar te nemen wat er om haar heen gebeurt. Als geschoolde en ontwikkelde vrouw maakt ze haar overwegingen en analyses. Maar daar houdt het voor haar niet op. Ze heeft het lef om verder te kijken, dan wat ze ziet en bedenkt. Ze onderzoekt de geheimen van het leven: natuur, vriendschap, liefde, emoties van mens en dier, leven en dood. Daardoor krijgen veel gedichten ook een universele, of spirituele en mystieke betekenis.

Vier Bomen – op een verlaten Veld –
Zonder Ontwerp
Of Opdracht, of aanwijsbare Actie –
Blijven staan –

De Zon – ontmoet hen op een Ochtend –
De Wind –
Geen Buurman dichterbij – hebben zij –
Dan God –

Het Veld geeft hen – Ruimte –
Zij – Hem – de Aandacht van een Voorbijganger
Van Schaduw, of van een Eekhoorn, misschien –
Of Jongen –

Wat is hun Nut voor de Natuur in ’t Algemeen –
Welk Plan
Zij elk afzonderlijk – vertragen – of versnellen –
Blijft onbekend –

Four Trees – upon a solitary Acre –
Without Design
Or Order, or Apparent Action –
Maintain –

The Sun – upon a Morning meets them –
The Wind –
No nearer Neighbor – have they –
But God –

The Acre gives them – Place –
They – Him – Attention of Passer by –
Of Shadow, or of Squirrel, haply –
Or Boy –

What Deed is Theirs unto the General Nature –
What Plan
They severally – retard – or further –
Unknown –

J742/F778/1863

Het gedicht wekt de indruk alsof de zinnen niet goed lopen. Dat heeft met de eigen stijl van Emily Dickinson te maken. Haar poëzie was baanbrekend voor de tijd waarin zij leefde. Haar rijm bekommert zich niet om de traditionele rijmschema’s en klinkt heel modern. Zij schrijft in een staccato ritme waarin vaak melodieën van Engelse kerkzang doorklinken.

Zij speelt letterlijk met taal en gebruikt de mogelijkheden van de woorden. Ze laat woorden weg. Ze houdt zich niet aan tijden. Ze hanteert geen vervoegingen (bijv. “be” in plaats van “is” of “are”). Ze gebruikt enkelvoud waar meervoud verwacht wordt (bijv. talloze vlinders worden “countless butterfly”). Lastiger is dat ze bijna geen punten, komma’s of andere leestekens gebruikt, wel vaak liggende streepjes. Ook geen hoofdletters om een nieuwe zin mee te beginnen. Waar eindigen en beginnen dan de zinnen? En dat biedt weer de ‘mogelijkheid’ om zinsdelen met elkaar te verbinden of juist niet. Wel gebruikt ze binnen de regels hoofdletters voor woorden die ze wil benadrukken. Dit alles levert een beknoptheid op, die de lezer zelf mag ontraadselen.

Misschien is de geniale kracht van Emily Dickinson wel dat haar raadselachtige gedichten zoveel kunnen oproepen bij die lezer. De stiltes in haar zinnen – soms bij het gedachtestreepje – zijn even sprekend als haar woorden.

Onder elke originele tekst staat een code (bijv. J123/F456/1863). Deze verwijst naar de nummers die onderzoekers (Johnson -J- en Franklin -F-) aan het gedicht gegeven hebben. Met deze nummers wordt het betreffende gedicht vaak geciteerd. Daarbij ook het jaartal waarin het vermoedelijk geschreven is.

Een wei maak je met klaver en één bij,
Eén klaver, en ‘n bij,
En mijmerij,
Mijmeren alleen is voldoende,
Bij weinig bijen.

To make a prairie it takes a clover and one bee,
One clover, and a bee,
And revery.
The revery alone will do,
If bees are few.

J1755/F1779/Onbekend

Haar intense aandacht voor het alledaagse verbindt Emily Dickinson met belangrijke levensvragen of kernthema’s van het leven. Hier worden klaver, bij en wei verbonden met mijmerij en de mogelijkheden van de menselijke fantasie. De natuur met haar weiden, bloemen, vogels en dieren is een belangrijk deel van haar leven. Daaraan ontleent zij de beelden voor haar gedichten.

Emily Dickinson schreef haar gedichten op kladblaadjes en losse schriftpagina’s. Uit de blaadjes die bewaard zijn gebleven, kunnen we afleiden dat zij eerst verschillende woorden, uitdrukkingen, beelden en woorden verzamelde. En vervolgens daaruit een keuze maakte.

Als ik één hart behoed voor breken
Leef ik niet voor Niets
Als ik één Leven verlicht
Of bij één de Pijn verzacht,

Of één gevallen Roodborstje
Weer terug in zijn Nest kan helpen,
Leef ik niet voor Niets.

If I can stop one Heart from breaking,
I shall not live in Vain
If I can ease one Life the Aching,
Or cool One pain,

Or help one fainting Robin
Unto his Nest again,
I shall not live in Vain.

J919/F982/1864

Voor Emily Dickinson bestaat er een voortdurende en wederzijdse samenhang tussen natuur en mens. Haar gedichten noemt ze niet alleen haar bloemen, maar zij zijn het ook. Bij een begrafenis is haar gedicht voor de overledene ook de bloem voor de dierbare. Menselijke psychologie verdiept ze door het te zien als een natuur gebeuren. Haar trouwe hond klimt tegen haar ziel.

It’s all I have to bring today –
This, and my heart beside –
This, and my heart, and all the fields –
And all the meadows wide –
Be sure you count – should I forget
Some one the sum could tell –
This, and my heart, and all the Bees
Which in the Clover dwell.

Het is alles wat ik te brengen heb vandaag –
Dit, en mijn hart erbij –
Dit, en mijn hart, en alle velden –
En alle open weiden –
Tel ze maar – mocht ík vergeten
Iemand het aantal te vertellen –
Dit, en mijn hart, en alle Bijen
Die in het Klaver wonen.

J26/F17/1858

De natuur en de gehele kosmos zijn veel meer dan beelden die gebruikt kunnen worden. De dichter praat met bloemen en planten, met vogels en dieren. Voor haar zijn het echte persoonlijkheden, die mensen kunnen leren over de geheimen van het leven. Emily Dickinson doet dat niet op een zweverige, esoterische of dogmatische wijze. Zij dicht met gezond verstand, met eenvoudige beelden die de natuur haar geeft. En vaak geeft zij haar gedichten ook een vleug van humor mee. Met een bijna onmogelijke wending.

De Gentiaan weeft haar franjes –
Het weefgetouw van de Esdoorn is rood –
Mijn bloesems vertrekken en
Staan een begrafenisstoet in de weg.

Een kort, maar geduldig ziekbed –
Eén uur om er klaar voor te zijn,
En een hier beneden, vanmorgen
Is waar de engelen gaan –
Het was een korte stoet,
De Zangvogel was erbij –
Een bejaarde Bij sprak ons toe –
En dan knielen wij in gebed –
We vertrouwen erop dat ze bereid was –
We vragen dat te mogen zijn.
Zomer – Zuster – Serafijn!
Laat ons met u meegaan!

In de naam van de Bij –
De Vlinder –
En het Briesje – Amen!

The Gentian weaves her fringes–
The Maple’s loom is red–
My departing blossoms
Obviate parade.

A brief, but patient illness –
An hour to prepare,
And one below, this morning
Is where the angels are –
It was a short procession,
The Bobolink was there –
An aged Bee addressed us –
And then we knelt in prayer –
We trust that she was willing –
We ask that we may be.
Summer – Sister – Seraph!
Let us go with thee!

In the name of the Bee –
And of the Butterfly –
And of the Breeze – Amen!

J18/F21/F22/F23/1858

Hier zijn het geen lyrische beschrijvingen van de natuur. De natuur biedt de mens perspectief, kan de mens leren over de mysteries van leven en dood. Maar ook wat op andere terreinen zinvol is. Bijvoorbeeld wat voor onrecht armoede is, wat er speelt in de Amerikaanse samenleving rond de burgeroorlog van 1861 tot 1865, het leed van militairen…

“Hoop” is het ding met veren –
Dat neerstrijkt in de ziel –
Een wijsje zingt zonder woorden –
En helemaal nooit – ophoudt –

Het lekkerste – klinkt zij – bij harde Wind –
En zwaar moet de storm zijn –
Die het Vogeltje het zwijgen oplegt
Dat zovelen warm gehouden heeft –

Ik hoorde haar in de koudste streken –
En op de verste Zee –
Toch nooit, ook niet in hoogste Nood,
Vroeg zij een kruimel – van Mij.

“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –

And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –

I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.

J254/F314/1861

Haar gedichten klinken vaak heel modern. Veel onderwerpen zijn nog steeds actueel. Haar eigenzinnige opvattingen zijn ook nu nog uitdagend. Je zou niet verwachten dat zij tussen 150 en 1885 geschreven zijn.

Dat geldt voor de inhoud maar zeker ook voor de vorm. Haar bondigheid is bijzonder en versterkt haar zeggingskracht. Het ritme van de zinnen gaat terug op de Engelse kerkzang en dringt in de diepe lagen van het binnenste. Een ritme wat trouwens bijna onmogelijk over te zetten is in de Nederlandse taal. Tenslotte brengt Emily Dickinson van die verrassende en bijna onmogelijke wendingen aan.

Ik hoorde een Vlieg zoemen – toen ik stierf –
De Stilte in de Kamer
Was als de Stilte in de Lucht –
Tussen Stormvlagen door –

De Ogen rondom – al drooggewreven –
En Adem verzamelde haar kracht
Voor het laatste Optreden – wanneer de Vorst
Zich meldt – in de Kamer –

Ik liet mijn Herinneringen na – Vermaakte
Dat deel van mij dat
Van waarde was – en toen was ‘t dat
Er een Vlieg tussenbeide kwam –

Met Blauw – onzeker stamelend Gezoem –
Tussen het licht – en mij –
En toen vielen Vensters dicht – en toen
Kon ik het zien niet meer zien –

I heard a Fly buzz – when I died –
The Stillness in the Room
Was like the Stillness in the Air –
Between the Heaves of Storm –

The Eyes around – had wrung them dry –
And Breaths were gathering firm
For that last Onset – when the King
Be witnessed – in the Room –

I willed my Keepsakes – Signed away
What portion of me be
Assignable – and then it was
There interposed a Fly –

With Blue – uncertain stumbling Buzz –
Between the light – and me –
And then the Windows failed – and then
I could not see to see –

J465/F591/1863

Dit gedicht eindigt wat raadselachtig. Emily Dickinson staat bekend om haar raadsels, Zij geeft de lezer er velen op en er zijn ook nog meerdere oplossingen. Niet vreemd dat er uitgebreide studies over haar gedichten zijn geschreven. Juist het mysterieuze van haar poëzie heeft veel aantrekkingskracht voor literaire wetenschappers, psychologen, filosofen en theologen.

Het blijft een voortdurende valkuil om haar werk te willen doorgronden. Het past beter bij haar om het mysterie van de gedichten open te houden. Niet voor niets gebruikt Emily Dickinson het ook als stijlmiddel voor haar gedichten.

Veel gekkigheid is de goddelijkste logica,
Als je beter kijkt.
Veel logica is de grootste waanzin.
Het is de meerderheid
Die dit, zoals alles, bepaalt.
Stem in, en je bent gezond;
Aarzel, – je bent meteen gevaarlijk
En wordt aan een ketting gelegd.

Much madness is divinest sense
To a discerning eye;
Much sense the starkest madness.
‘T is the majority
In this, as all, prevails.
Assent, and you are sane;
Demur, – you’re straightway dangerous,
And handled with a chain.

J435/F620/1862

Het wonderlijke mysterie van de natuur is voor Emily Dickinson het grote raadsel dat naar God verwijst, het Heilige, het Hemelse Paradijs. Vanuit haar protestantse achtergrond benoemt zij die als Schepper, Vader. Zij is vertrouwd met de christelijke thema’s van verrijzenis, eeuwig leven, hiernamaals, zonde en bevrijding. Die verbindt ze met haar eigen(zinnige) ervaringen en opvattingen. Zij neemt daarbij geen blad voor de mond. Zo kan zij van God ook spreken als Inbreker of Bankier.

Het Gonzen van een Bij
Bezorgt mij – Hekserij –
Vraagt iemand mij waarom –
’t Is makkelijker dood gaan –
Dan het uitleggen –

Het Rood op de Heuvel
Maakt mij willoos –
Als iemand daarmee lacht –
Pas op – want hier is God –
Da’s alles.

Het aanbreken van de Dag
Verhoogt mijn Bewustzijnsniveau –
Vraagt iemand hoe dat kan –
De Kunstenaar – die mij zo ontwierp –
Moet het zeggen!

The Murmur of a Bee
A Witchcraft – yieldeth me –
If any ask me why –
‘Twere easier to die –
Than tell –

The Red upon the Hill
Taketh away my will –
If anybody sneer –
Take care – for God is here –
That’s all.

The Breaking of the Day
Addeth to my Degree –
If any ask me how –
Artist – who drew me so –
Must tell!

J155/F217/1861

Emily Dickinson moet ongetwijfeld een eigenzinnige vrouw geweest zijn. Van beroep wil zij dichter worden, maar haar gedichten mogen in geen geval gepubliceerd worden. Van trouwen met een man zoals in haar tijd gebruikelijk was voor een jonge vrouw, wilde ze niets weten. Misschien houdt ze meer van vrouwen. Bijna altijd is zij in het wit gekleed, als een vrouwelijke druïde. Over haar persoonlijk leven laat ze erg weinig los. Vanuit haar huis en tuin leidt ze een teruggetrokken bestaan. Ze selecteert streng wie bij haar op bezoek kan komen. Rond zo’n persoon worden gemakkelijk allerlei mythes gemaakt.

Van kinds af aan groeit Emily Dickinson op binnen de protestantse omgeving en puriteinse cultuur van New England. Zij wordt gelovig opgevoed en in haar studie raakt zij geïnteresseerd in bijbel en christelijke theologie. Toch besluit zij rond haar dertigste om niet meer naar de kerk te gaan. In de protestantse gemeenschap van Amherst waar zij woont en in haar tijd zullen al die eigen keuzes niet gemakkelijk geweest zijn.

Sommigen vieren de Zondag,
———————-
gaan naar de Kerk
Ik vier het, en blijf aan Huis –
Met een Zangvogel als Voorzanger –
En een Boomgaard als Kathedraal –

Sommigen vieren de Zondag in Koorhemd –
Ik sla gewoon mijn Vleugels uit –
In plaats van de kerkklok te luiden
Zingt – onze kleine Koster.

God preekt er, een Predikant van naam –
En de preek duurt nooit lang
Dus in plaats van straks
———————-naar de Hemel te gaan–

Kom ik er, al heel lang!

Some keep the Sabbath
———————-going to Church –

I keep it, staying at Home –
With a Bobolink for a Chorister –
And an Orchard, for a Dome –

Some keep the Sabbath in Surplice –
I just wear my Wings –
And instead of tolling the Bell, for Church,
Our little Sexton – sings.

God preaches, a noted Clergyman –
And the sermon is never long,
So instead of getting to Heaven,
———————-
at last –
I’m going, all along.

J324/F236/1861

Emily Dickinson neemt in haar leven afstand van het puriteinse geloof. Rituelen gaan haar minder aanspreken. Ook trekt ze christelijke geloofswaarheden in twijfel. Toch blijft ze vasthouden aan een sterk vertrouwen in God. In haar gedichten geeft zij aan hoe zij God blijft tegenkomen in haar leven. Daarbij schuwt zij de haar vertrouwde christelijke symbolen niet. Deze ontwikkeling maakt haar gedichten interessant voor onze tijd. Anno 2020 vervluchtigen de oude christelijke rituelen en kerkelijke organisaties, maar blijven mensen zoeken naar de kern van christelijke spiritualiteit.

Ik bad, eerst, als een klein Meisje,
Omdat ze mij dat zeiden –
Maar stopte, toen ik bevoegd was te denken
Wat bidden kon betekenen – voor mij –

Als ik geloofde in een God die op zou kijken,
Elke keer als mijn Kinderlijke ogen
Zich volledig, en standvastig, op de zijne richtten
Met Kinderlijke oprechtheid –

En hem vertelde over wat ik graag wou, vandaag,
En over het deel van zijn verre plan
Dat mij verbaasde –
De verwarde kant
Van zijn Goddelijkheid –

En vaak sindsdien, bij Gevaar,
Moet ik aan de kracht denken die het geeft
Om zo’n sterke God te hebben
Die mijn leven behoudt

Tot ik de Balans kan vinden
Die nu zo vaak doorslaat,
Het kost me alle tijd
———————-om het in evenwicht te brengen –

En dan nog – blijft het niet bewaard –

I prayed, at first, a little Girl,
Because they told me to –
But stopped, when qualified to guess
How prayer would feel – to me –

If I believed God looked around,
Each time my Childish eye
Fixed full, and steady, on his own
In Childish honesty –

And told him what I’d like, today,
And parts of his far plan
That baffled me –
The mingled side
Of his Divinity –

And often since, in Danger,
I count the force ‘twould be
To have a God so strong as that
To hold my life for me

Till I could take the Balance
That tips so frequent, now,
It takes me all the while
———————-to poise –

And then – it doesn’t stay –

J576/F546/1862

Naast gedichten zijn er van Emily Dickinson indrukwekkende brieven bewaard gebleven. Ook de brieven zijn pas jaren later gepubliceerd. Enkele dagen na de dood van Emily Dickinson op 15 mei 1886 vindt haar zus Vinnie brieven en gedichten. Volgens de wens van haar zuster verbrandt ze de brieven die aan Emily gestuurd waren. Samen met vriendinnen begint ze de ongeveer 800 handgeschreven gedichten te bundelen en over te typen. Ook van elders worden gedichten aan deze verzameling toegevoegd. In totaal zijn er een kleine 1800 gedichten bekend.

In 1890 wordt een eerste serie gedichten gepubliceerd. Pas in 1955 worden voor het eerst de verzamelde gedichten uitgegeven. Op dit moment wordt zij in Amerika als een van de belangrijkste dichters gezien in de geschiedenis. In onze lage landen is zij veel minder bekend.

De gedichten zijn tijdloos. Belangrijke thema’s zijn voor haar:
– Natuur en milieu: wat is eigen waarde van de natuur en hoe zijn mensen daarmee verbonden?
– Leven en dood: wat betekent dood en is er een leven naderhand?
– Pijn, lijden en hartstocht en extase: wat houdt echt leven in?
– Liefde en verlangen: hoe pakken deze uit voor vrouwen en mannen?
– Medeleven en haat: hoe zijn mensen betrokken op elkaar?
– Geloof en ongeloof: waar kunnen mensen nog op vertrouwen?
– Ontwikkeling en leven van vrouwen: wat belemmert, wat stimuleert haar?
Emily Dickinson dicht niet met abstracte betogen. Vaak zijn het alledaagse, menselijke ervaringen die een groter thema uitwerken. En met een frisse, humoristische noot.

Simpel is het om een Leven uit te vinden –
God doet het – elke dag –
Scheppen – slechts een Capriool
Van zijn Autoriteit –

Simpel is het om het uit te wissen –
De zuinige God
Kon moeilijk de Eeuwigheid verlenen
Aan Spontaniteit –

De Vergane Exemplaren mopperen –
Maar zijn Onverstoorbaar Plan
Gaat door – en plaatst hier – een Zon –
Laat daar – een Man weg –

It’s easy to invent a Life –
God does it – every Day –
Creation – but the Gambol
Of His Authority –

It’s easy to efface it –
The thrifty Deity
Could scarce afford Eternity
To Spontaneity –

The Perished Patterns murmur –
But His Perturbless Plan
Proceed – inserting Here – a Sun –
There – leaving out a Man –

J724/F747/1863

Haar wordt wel verweten dat zij een naïeve en te romantische kijk op het leven had. Soms roept een enkel gedicht een sfeer van keukenwijsheden op. Alsof Emily Dickinson levenslessen wil geven, bestemd voor Delftsblauwe tegeltjes. Ook dat typeert haar werk; een combinatie van raadselachtige beelden en eenvoud van zeggingskracht.

Zeg heel de Waarheid, maar doe het verhuld –
Met Omwegen komt zij uit.
Te heftig voor ons kwetsbare Geluk
Is de Waarheid die plotseling verrast

Zoals bij Bliksem vriendelijke uitleg
Kinderen geruststelt
Moet Waarheid stap voor stap overrompelen
Want anders maakt zij blind –

Tell all the Truth but tell it slant –
Success in Circuit lies
Too bright for our infirm Delight
The Truth’s superb surprise

As Lightning to the Children eased
With explanation kind
The Truth must dazzle gradually
Or every man be blind –

J1129/F1263/1868

Wie de Hemel niet heeft gevonden –
———————-
hier beneden
Zal hem boven mislopen –
Want Engelen hebben wij als Buren,
Waarheen wij ook verhuizen –

Who has not found the Heaven –
———————-below –

Will fail of it above –
For Angels rent the House next ours,
Wherever we remove –

J1544/F1609/1883

Tenslotte: jammer blijft dat we ondanks haar brieven en gedichten zo weinig weten over Emily Dickinson zelf. Wie waren haar geliefden? Had ze die wel buiten haar geliefde dieren? Was ze eenzaam? Gelukkig? Ze kiest ervoor om een gesloten boek te blijven. Dit laatste gedicht stuurde ze naar haar hartsvriendin.

Haar zien is een Schilderij –
Haar horen is een Lied –
Haar kennen is een Overdaad
Zo onschuldig als Juni –
Haar niet kennen – Kwelling –
Haar hebben als Vriendin
Een warmte zo dichtbij alsof de Zon
In je Hand scheen.

To see her is a Picture –
To hear her is a Tune –
To know her an Intemperance
As innocent as June –
To know her not – Affliction –
To own her for a Friend
A warmth as near as if the Sun
Were shining in your Hand.

J1568/F1597/1883