Emily Dickinson staat bekend om haar raadselachtige gedichten. Dat is een groot misverstand. Het zijn geen raadsels die om een oplossing vragen. Integendeel zij dicht over de geheimen van het bestaan. Om niet verloren te lopen in deze mysterieuze wereld van haar woorden, een beknopte leeswijzer:

Witruimte
Het belangrijkste van poëzie is wat er achter en rondom de woorden schuilt: de witruimte. Daarin slaagt Emily Dickinson wonderwel. Inderdaad staat er niet wat er staat. Ook de stiltes in haar zinnen zijn even sprekend als haar woorden.

A full fed Rose on meals of Tint 1876

Geen titels
Op een heel enkele uitzondering na geeft Emily Dickinson haar gedichten geen titel. Misschien omdat de lezer(es) zo minder gestuurd wordt? In uitgaven en literatuur wordt vaak de eerste regel als titel aangehouden. Haar eigen voorkeur om geen titels te gebruiken houd ik aan.

F/J
In latere uitgaven van haar werk zijn de gedichten genummerd. Er is een nummering van Thomas Johnson (J) uit 1955 en een nummering van Ralph Franklin (F) uit 1986. Beide uitgevers hebben de gedichten ook chronologisch geordend. Vandaar de codering onder elk gedicht (Jnummer/Fnummer/jaartal).

Het streepje als leesteken
Emily Dickinson gebruikt bijna geen punten, komma’s of andere leestekens, wel vaak liggende streepjes. Zij kunnen in de plaats van andere leestekens komen, maar vaak wordt een stilte of adempauze aangegeven, of juist dat de zin in één adem doorloopt.

Hoofdletter voor belangrijke woorden
De versregels beginnen met een hoofdletter, maar de zinnen niet! Wel lastig om te zien waar een zin begint of eindigt. Of is dat juist opzet? Hoofdletters worden gebruikt om belangrijke woorden te accentueren.

Tijden staan niet vast
Soms vraagt de dichterlijke taal vanwege rijm of klank om een loopje te nemen met de tijdsaanduiding. Emily Dickinson vindt het heerlijk om hiermee te stoeien. Bijvoorbeeld gebruikt ze “then” voor toen, maar ook voor dan, op dat moment, of nu. Of de vorm “made” kan evengoed is gemaakt, was gemaakt of maakte betekenen. De tijd is veel vloeiender dan gedacht.

Nog meer eigenzinnig taalgebruik
De stijl van de gedichten was baanbrekend voor de poëzie van de negentiende eeuw. Emily Dickinson dolt met woorden en zinnen (bijvoorbeeld talloze vlinders worden “countless butterfly”). Haar zinnen zijn beknopt. Haar rijm bekommert zich niet om de traditionele rijmschema’s. En dat alles klinkt heel modern in onze oren.

Gender neutraal
Het valt zeker op dat veel woorden geen duidelijk woordgeslacht hebben, waar dat wel verondersteld wordt. Zo kan bijvoorbeeld het veel gebruikte “its” zowel onzijdig, mannelijk of vrouwelijk zijn. Bovendien hebben in de Engelse taal woorden soms een ander geslacht dan in het Nederlands. Of kunnen soms zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. Denk aan “friend” dat evengoed vriend als vriendin kan betekenen. Waar mogelijk wordt in deze vertaling voor het vrouwelijke geslacht gekozen.

Ritme
Emily Dickinson schrijft in een staccato cadans haar gedichten. Vaak klinken de melodieën van Engelse kerkzang erin door. Een ritme wat trouwens bijna onmogelijk over te zetten is in de Nederlandse taal.

Tenslotte: Emily Dickinson blijft eenvoudig. Meer met spreektoon dan in schriftuur. Met slechts een handvol woorden en klanken, een sober ritme en mystieke overwegingen ‘balt zij haar gedichten samen’. Dat kenmerkt haar poëzie. Dat klinkt hopelijk ook door in deze vertalingen.