Emily Dickinson schreef haar gedichten op losse vellen papier en bundelde ze zelf. Ze waren voor haarzelf en voor goede vriend(inn)en. Publicatie wilde ze zeker niet. Ze had afgesproken dat ze na haar dood vernietigd zouden worden. Gelukkig is dat niet gedaan. Haar manuscripten laten een eigen stijl van schrijven en woordgebruik zien. Die vraagt om enige uitleg.

Geen titel
hebben haar gedichten meegekregen. In publicaties wordt hiervoor de eerste versregel gebruikt (inhoudsopgave). Gebruikelijk is het om de gedichten te dateren en nummeren volgens de indeling van Thomas Johnson uit 1955 (afgekort met een J) of Ralph Franklin uit 1986 (F). De aanduiding bij elk gedicht verwijst hiernaar (bijvoorbeeld F2023/J2024/Jaar volgens F).

Lange streepjes
hebben de functie van pauzetekens, zoals in de muziek. Om de lezer ruimte te geven wat achter en rondom de woorden schuilt. Om op adem te komen en voor stilte die spreekt.

De eigenzinnige stijl
zal wennen zijn. Emily Dickinson dolt met woorden en zinnen. Zo worden talloze vlinders “countless butterfly”. De zinnen zijn uiterst beknopt, gelijk twitter-taal. De regels beginnen met een hoofdletter, maar de zinnen niet! Het maakt het lastig om te zien waar een zin begint of eindigt. Hoofdletters worden gebruikt om aan te geven dat een woord belangrijk is. Verder neemt ze een loopje met de tijdsaanduiding en bekommert zich weinig om rijmschema’s. En dat alles klinkt heel modern in onze oren.

Gender-neutraal
heeft de sterke voorkeur van Emily Dickinson (in de negentiende eeuw!). Om welk geslacht het gaat, houdt zij vaak open. Bijvoorbeeld: het woordje “it” kan zowel het, hem of haar betekenen. Zij wil daarmee ook duidelijk maken hoe vrouwen ondergeschikt zijn, waar mannen domineren in geloof en maatschappij, verbeelding en taal. Waar de tekst gender openlaat en omzetten niet lukt, is in deze vertaling dan ook gekozen voor het vrouwelijke geslacht.

Het Amerikaans
van de gedichten rond 1850 verschilt van de huidige taal. Soms is het verschil zo groot dat bij de vertaling een korte toelichting gewenst is. Emily Dickinson vertrouwde daarbij op het Lexicon van Webster. Het was jarenlang haar enige metgezel, schreef ze zelf. Vandaar dat ook voor de vertaling de uitgave van uit 1844 regelmatig nageslagen is.

Het ritme
heeft een staccato cadans. Vaak klinken de melodieën van Engelse kerkzang door. Het ritme behouden of met de Nederlandse taal of omzetten was een onmogelijke opgave.

Varianten
geven de gedichten meer betekenis. In haar manuscripten biedt Emily Dickinson vaak alternatieven aan voor woorden of zinnen. De lezer krijgt de keuze. Varianten maken dus ook deel uit van het gedicht. Zij geven de tekst nog meer diepte. In deze uitgave zijn niet alle varianten toegevoegd. Vanwege de omvang zijn de kleinere weggelaten.

Beknopte toelichting
wordt waar nodig gegeven bij de vertaling. De context is soms vereist om een gedicht te begrijpen. Incidenteel wordt een mogelijke uitleg bij een gedicht gegeven.