“Ik woon in een huis van mogelijkheden” schrijft Emily Dickinson.
Dat geldt zeker ook voor haar taalgebruik. Ze dicht ruimte.
De weidsheid van haar werk volgen vraagt enige uitleg.

Geen titels
hebben haar gedichten meegekregen. In publicaties wordt hiervoor de eerste versregel gebruikt (inhoudsopgave). Gewoonlijk zijn de gedichten gedateerd en genummerd volgens de indeling van Thomas Johnson uit 1955 (afgekort met een J) of Ralph Franklin uit 1986 (F). De aanduiding onder elk gedicht verwijst hiernaar (jno/Fno/Jaar volgens Franklinl).

Streepjes
nemen vaak de plaats in van leestekens, maar ze zijn veel meer. Zij vragen een pauze, om betekenissen te vinden. De witruimte, wat achter en rondom de woorden schuilt, zijn even sprekend als de taal zelf. Het liggend streepje is uitgstrekt. Het wordt aan de lezer(es) overgelaten waarvoor het streepje er ligt: pauze, komma, punt, vraagteken –

Haar eigenzinnige stijl
was baanbrekend voor de poëzie van de negentiende eeuw. Emily Dickinson dolt met woorden en zinnen (bijvoorbeeld talloze vlinders worden “countless butterfly”). De regels zijn uiterst beknopt, gelijk twitter-taal. De verzen beginnen met een hoofdletter, maar de zinnen niet! Het maakt het lastig om te zien waar een zin begint of eindigt. Hoofdletters worden gebruikt om belangrijke woorden te accentueren. Verder neemt ze een loopje met de tijdsaanduiding en bekommert zich weinig om rijmschema’s. En dat alles klinkt heel modern in onze oren.

Gender-neutraal
schrijft Emily Dickinson; bijna onvoorstelbaar voor de negentiende eeuw. Om welk geslacht het gaat, houdt zij vaak open. Bijvoorbeeld het woordje “it” kan zowel het, hem of haar betekenen. Lastig voor de lezeres(!) en de vertaler. Waar de tekst meerdere mogelijkheden biedt, is in deze vertaling gekozen voor het vrouwelijke geslacht.

Het Amerikaans
van de gedichten rond 1850 verschilt van de huidige taal. Soms is het verschil zo groot dat bij de vertaling een korte toelichting gewenst is. Emily Dickinson vertrouwde daarbij op het Lexicon van Webster. Het was jarenlang haar enige metgezel, schreef ze zelf. Vandaar dat de uitgave van het woordenboek uit 1844 regelmatig nageslagen is.

Het ritme
heeft een staccato cadans. Vaak klinken de melodieën van Engelse kerkzang erin door. Een ritme wat trouwens bijna onmogelijk over te zetten is in de Nederlandse taal.

Beknopte toelichting
wordt waar nodig gegeven bij de vertaling. Bijvoorbeeld over de context, personen of citaten die minder bekend zijn. In de manuscripten heeft Emily Dickinson ook wel wijzigingen aangebracht (bijvoorbeeld in de kantlijn). Van enkele gedichten zijn verschillende versies. Soms geeft Emily Dickinson alternatieve versies. Dergelijke varianten helpen bij het verstaan en verdiepen soms ook haar persoonlijkheid. Belangwekkende varianten zijn toegevoegd. Incidenteel wordt een mogelijke uitleg bij een gedicht gegeven.