Emily Dickinson schreef haar gedichten eerst op losse bladen: op kladpapier, kaarten, lege ruimte van enveloppen of tijdschriften en in haar brieven. Naderhand werkte zij ze uit op losse schriftbladen. Ze naaide de bladen aan elkaar in veertig zelfgemaakte schriften (Fascicles). Haar gedichten waren voor eigen gebruik of ook wel bestemd voor familie of vrienden, maar niet voor publicatie. Daar was ze afkerig van. Slechts een tiental gedichten zijn tijdens haar leven gepubliceerd, soms zonder haar toestemming. Ze wilde dat haar zus Vinnie na haar dood al haar werk zou verbranden. Vinnie verbrandde wel haar brieven, maar haar poëzie (gelukkig!) niet.
Originele tekst
Familie en vrienden hebben de handschriften na haar dood uitgetypt. In verschillende uitgaven werden de teksten gepubliceerd. Daarbij zijn wijzigingen (‘verbeteringen’) aangebracht. Er werden ook wel titels toegevoegd. Vooral de interpunctie werd naar het oordeel van de uitgever aangepast. Ralph Franklin heeft een uitgebreide studie hiervan gemaakt en de diversiteit in kaart gebracht, In 1998 verschenen zijn drie delen The Poems of Emily Dickinson (Cambridge 1998) met bijna 1880 gedichten. De delen bevatten ook de varianten die Emily Dickinson bij een aantal versregels heeft gegeven. Deze tekstkritische uitgave vormt de basis van de originele gedichten in deze vertaling. Naast de gedichten zijn ook ruim 1300 brieven bewaard gebleven. Vermoedelijk zijn diverse prozateksten uit de brieven ook als gedicht geschreven en enkele daarvan zijn toegevoegd. Voor de brieven is de editie gebruikt van Cr. Miller en D. Mitchell, The Letters of Emily Dickinson uit 2024.
Eigenzinnige stijl
Wennen moet de lezer aan het creatieve taalgebruik van Emily Dickinson. Ze dolt met woorden en zinnen. Ze verzint eigen woorden of past bestaande woorden aan. Op indringende wijze worden woorden met elkaar verbonden. Zo bezingen dichters prozaïsche dagen in plaats van ‘op prozaïsche wijze’. Haar zinsbouw is sterk gecondenseerd, ver-dicht. De vertaling tracht recht te doen aan deze beknoptheid. Regels beginnen met een hoofdletter, maar zinnen vaak niet! Hoofdletters binnen de regels geven aan welke woorden belangrijk zijn. Leestekens ontbreken herhaaldelijk. De vertaling volgt haar speelse en eigenzinnige wijze van schrijven.
Amerikaanse taal
Het Amerikaans-Engels van rond 1850 komt niet altijd overeen met de huidige taal. Ook de taal groeit en bloeit. In 1828 publiceerde Noah Webster een woordenboek van de Engelse volkstaal in Amerika. Emily Dickinson vertrouwde zelf op dit lexicon (American Dictionary of the English Language, in de uitgave van 1844). “Jarenlang was mijn Lexicon mijn enige maatje” schreef ze (in brief L338). Vandaar dat voor de vertaling dit lexicon regelmatig is nageslagen. Waar nodig wordt dit toegelicht.
Geen titels
Bij hoge uitzondering plaatst Emily Dickinson een titel boven haar gedichten. In andere uitgaven van haar werk kunnen toch titels staan. Dit komt omdat de eerste uitgevers van haar werk deze op eigen initiatief hebben toegevoegd. Gangbaar is geworden om de eerste regel als titel te gebruiken. De index volgt de eerste versregel.
Rusttekens (–)
De streepjes in de versregels hebben meestal de functie van rusttekens. Het zijn momenten van rust zoals in de muziek. Om de lezer binnen een zin op adem te laten komen. Het geeft ook ruimte voor wat achter de woorden schuilt of voor stilte die spreekt. Bijvoorbeeld: ‘Een regenboog – komt van de Kermis!’ Zonder rust klinkt de zin geheel anders. Soms kan een streepje de plaats innemen van een leesteken.
Gender-inclusief
Al rond 1850 dicht Emily Dickinson in een taal die genderinclusief is. Meervoudsvormen “they” en “them” worden ook gebruikt voor het enkelvoud van een wezen waarvan het geslacht onbekend of onbelangrijk is. Met opzet verwisselt ze mannelijk en vrouwelijk of maakt een persoon onzijdig. “It” kan zowel het, zij of hij betekenen. Misschien dat dit in de Engelse taal makkelijker gaat, maar het Nederlands blijkt erg gehecht aan het onderscheid tussen vrouw en man. De vertaling tracht haar taalgebruik te respecteren.
Varianten
In haar manuscripten biedt Emily Dickinson vaak alternatieven voor woorden of versregels. Ze staan tussen de regels of in de kantlijn. Ze maken een wezenlijk onderdeel van een gedicht uit en kunnen de betekenis nuanceren of wijzigen. De lezer krijgt als het ware een keuze voorgeschoteld. Vanwege de boekomvang van deze vertaling zijn kleinere of onbelangrijke varianten weggelaten.
Muzikaliteit
De dichter had zeker ook een muzikaal talent (zang en piano) Ze speelde graag op het virginaal in de huiskamer. Daarbij had ze een voorliefde voor Ierse en Schotse ballades. Een belangrijk aspect van haar poëzie is de muzikaliteit die in ritme en rijm doorklinken. Het ritme van haar versregels kent een staccato cadans. In haar gedichten zijn melodieën van kerkliederen te horen. Het is bijzonder lastig om de diepe betekenis van haar woorden om te zetten naar het Nederlands en tegelijk de muzikaliteit te bewaren. De vertaling schiet hierin vaak tekort.
Nummering en datering
Gebruikelijk is om de gedichten te nummeren volgens de indeling van T. Johnson uit 1955 (aangeduid met J) of die van R. Franklin uit 1986 (F). Gedichten uit haar brieven krijgen het nummer volgens de indeling van C. Miller en D. Mitchell uit 2024 (L). Voor datering wordt de indeling van R. Franklin gevolgd. Gedichten die niet gedateerd kunnen worden zijn als laatste toegevoegd.
Toelichting
Waar nodig volgt na de vertaling een beknopte toelichting. Meestal betreft het uitleg van een woord of de wijze van vertalen. De context kan een gedicht verduidelijken. Soms worden suggesties gedaan voor de interpretatie van de tekst.
