Sweet – safe – Houses
Sweet – safe – Houses –
Glad – gay – Houses –
Sealed so stately tight –
Lids of Steel – on Lids of Marble –
Locking Barefeet out –
Brooks of Plush – in Banks of Satin
Not so softly fall
As the laughter – and the whisper –
From their People Pearl –
No Bald Death – affront their Parlors –
No Bold Sickness come
To deface their stately Treasures –
Anguish – and the Tomb –
Hum by – in muffled Coaches –
Lest they – wonder Why –
Any – for the Press of Smiling –
Interrupt – to die –
F684/J457/1863
Schattige – veilige – Huizen –
Blije – vreugdevolle – Huizen –
Zo statig en stevig verzegeld met –
Stalen Deksels – boven Marmeren Zerken –
Die Blote Voeten buitensluiten –
Beekjes van Pluche – tussen Oevers van Satijn
Vloeien niet zo zachtjes
Als het gelach – en het geroezemoes –
Van hun Menselijke Parels –
Geen Brute Dood – schoffeert hun Salons –
Geen Brutale Ziekte komt
Hun statige Schatten ontsieren –
Smart – en het Graf –
Zoemen voorbij – in geblindeerde Koetsen –
Opdat zij – zich niet afvragen Waarom –
Iemand – vanwege de Druk om te Glimlachen –
Even stilhoudt – om te sterven –
[1.1] Safe – Veilige huizen waar de doden wonen.
[1.3] Lids: oogleden, kleppen, deksels, petten. Rond 1840 worden stalen grafkisten en grafdeksels geïntroduceerd. Het zijn luxueuze kisten voor de rijkere mensen.
[1.3] Lids of Marble: grafstenen, graven.
[1.4] Barefoot – Arme mensen die geen schoenen kunnen veroorloven (daklozen, zwerfkinderen).
[2.4] People Pearl – de overledene huist in een graf zoals een parel afgesloten in een schelp.