A train went through a burial gate,
A train went through a burial gate,
A bird broke forth and sang,
And trilled, and quivered, and shook his throat
Till all the churchyard rang;
And then adjusted his little notes,
And bowed and sang again.
Doubtless, he thought it meet of him
To say good-by to men.
F397/J1761/1862
Een stoet trok door een kerkhofpoort,
Een vogel brak los in gezang,
Kwetterde, tierelierde, en zette zijn keel op
Tot het hele kerkhof rinkelde;
En toen stemde hij zijn toontjes bij,
Maakte een buiging en zong opnieuw.
Ongetwijfeld, vond hij het gepast
Om tot ziens te zeggen tegen de mensen.
“Train”: stoet. Emily Dickinson spreekt elders ook van ‘begrafenistrein’ (L11).