Distrustful of the Gentian
Distrustful of the Gentian –
And just to turn away,
The fluttering of her fringes
Chid my perfidy –
Weary for my –––
I will singing go –
I shall not feel the sleet – then –
I shall not fear the snow.
Flees so the phantom meadow
Before the breathless Bee –
So bubble brooks in deserts
On ears that dying lie –
Burn so the evening spires
To eyes that Closing go –
Hangs so distant Heaven –
To a hand below.
F26/F27/J20/1858
Wantrouwend jegens de Gentiaan –
En net toen ik me wilde omdraaien,
Verweet het fladderen van haar franjes
Mij mijn gebrek aan trouw –
Moe van mijn …..
Zal ik zingend gaan –
En de de ijzel niet voelen – dan –
Zal ik de sneeuw niet vrezen.
Zo vlucht de spookweide
Voor de naar adem snakkende Bij –
Zo kabbelen beekjes in de woestijn
Voor oren die op sterven liggen –
Zo branden de spitsen van de avond
Voor ogen die gaan sluiten –
Zo ver weg hangt de Hemel –
Voor een hand hier beneden.
[1.1] Gentian: gentiaan, herfstbloem, klein rotsplantje met blauwpaarse bloemetjes – het bloemetje bloeit in de herfst en daarom symbolisch voor afscheid of voor iemand die je in de steek laat.
[1.5] ––– verwijst naar iemand die niet nader genoemd wordt.
[2.5] Spires: spitsen van een toren of boom (Noah Webster’s Lexicon 1844).