Me – come! My dazzled face
Me – come! My dazzled face
In such a shining place!
Me – hear! My foreign Ear
The sounds of Welcome – there!
The Saints forget
Our bashful feet –
My Holiday, shall be
That They – remember me –
My Paradise – the fame
That They – pronounce my name –
F389/J431/1862
Ik – kom! Mijn verblinde gezicht
Op zo’n stralende plek!
Ik – luister! Mijn vreemde Oor
De geluiden van Welkom – daar!
De Heiligen vergeten
Onze aarzelende stappen –
Mijn Feest, zal het zijn
Dat Men – mij nog herinnert –
Mijn Paradijs – de roem
Dat Men – mijn naam nog uitspreekt –
[1.1] Come! – de eerste strofe is een antwoord op een citaat uit het Bijbelboek Openbaring: “De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ “(22,17 – NBV). Een welkom voor het hiernamaals.
[3] Emily Dickinson verlangde een dichter te zijn, die later herinnerd en beroemd zou worden.