Of nearness to her sundered Things
Of nearness to her sundered Things
The Soul has special times –
When Dimness – looks the Oddity –
Distinctness – easy – seems –
The Shapes we buried,
———dwell about,
Familiar, in the Rooms –
Untarnished by the Sepulchre,
The Mouldering Playmate comes –
In just the Jacket that he wore –
Long buttoned in the Mold
Since we – old mornings,
———Children – played –
Divided – by a world –
The Grave yields back her Robberies –
The Years, our pilfered Things –
Bright Knots of Apparitions
Salute us, with their wings –
As we – it were – that perished –
Themself – had just remained
———till we rejoin them –
And ’twas they, and not ourself
That mourned.
F337/J607/1862
Iets waarvan ze gescheiden is nabij komen
Daar heeft de Ziel speciale momenten voor –
Wanneer de Schemer – het Vreemde ziet –
Lijkt – de Helderheid – eenvoudig –
Figuren die we hebben begraven,
———blijven rondhangen,
Als vertrouwd, in de Kamer –
Niet bezoedeld door het Graf,
Komt de Vermolmde Speelkameraad –
In precies hetzelfde Jasje dat hij droeg –
Met lange rijen knopen, vol Modder
Zoals wij – als Kinderen, in vroeger dagen –
———speelden –
Gescheiden – door een Wereld –
Het Graf geeft terug wat het Gestolen heeft –
De Jaren, Alles wat van ons is afgenomen –
Schitterende Verschijningsvormen
Begroeten ons, met hun vleugels –
Alsof wij – het waren – die omkwamen –
Zij – waren gewoon gebleven
———tot we weer bij hen komen –
En zij waren het, en niet wij
Die rouwden.