There’s something quieter than sleep
There’s something quieter than sleep
Within this inner room!
It wears a sprig upon its breast –
And will not tell its name.
Some touch it, and some kiss it –
Some chafe its idle hand –
It has a simple gravity
I do not understand!
I would not weep if I were they –
How rude in one to sob!
Might scare the quiet fairy
Back to her native wood!
While simple–hearted neighbors
Chat of the “Early dead” –
We – prone to periphrasis,
Remark that Birds have fled!
F62/J45/1859
Er ligt iets stiller nog dan slaap
In deze binnenkamer!
Ze draagt een takje op haar borst.
En wil haar naam niet zeggen.
Er zijn er die haar aanraken, of kussen –
Of strelen haar roerloze hand –
Ze heeft een eenvoudige waardigheid
Die ik niet begrijp!
Als ik hen was, huilde ik niet –
Gesnotter is zo onbeleefd!
Het zou de stille fee wegjagen
Terug naar haar geboortebos!
Terwijl buren met een simpel hart
Praten over de “Te Vroeg gestorvene” –
Verwoorden wij – gevoelig voor beeldtaal,
Dat de Vogels zijn gevlogen!
[2.2] Sprig – gewoonlijk legde men een takje (rozemarijn) bij een overledene.