This was a Poet – It is That
This was a Poet –
It is That
Distills amazing sense
From ordinary Meanings –
And Attar so immense
From the familiar species
That perished by the Door –
We wonder it was not Ourselves
Arrested it – before –
Of Pictures, the Discloser –
The Poet – it is He –
Entitles Us – by Contrast –
To ceaseless Poverty –
Of portion – so unconscious –
The Robbing – could not harm –
Himself – to Him – a Fortune –
Exterior – to Time –
F446/J448/1862
Dit was een Dichter –
Hij is Degeen die
Verbazingwekkende inhoud onttrekt
Aan gewone Betekenissen –
En zo’n immens Bloemenparfum
Aan de bekende soorten
Die bij de Deur verwelken –
We verbazen ons dat We het niet zelf
Eerder – hebben opgepakt –
De Onthuller, van Beelden –
Is Hij – de Dichter –
Hij veroordeelt Ons – Daarentegen –
Tot blijvende Armoede –
Zo onwetend – van zijn rijkdom –
Dat Stelen – Hem geen kwaad kan doen –
Zichzelf – is voor Hem – een Fortuin –
Buiten – de Tijd –
[1.2] It is That – It en That verwijzen naar een dichter. Emily Dickinson gebruikte vaak het onzijdig om een vrouw of man te benoemen. Hier is gekozen voor ”Hij” omdat later in het gedicht ook over “Hij” en “Hem” wordt gesproken.
[3.4] Poverty – de dichter die gewone betekenis ongelofelijk verrijkt, laat tegelijk zien hoe arm de lezer is, die dit zelf niet kan.
[4.1] Portion: deel, erfdeel, rijkdom.