Tho’ my destiny be Fustian
Tho’ my destiny be Fustian –
Hers be damask fine –
Tho’ she wear a silver apron –
I, a less divine –
Still, my little Gypsy being
I would far prefer,
Still, my little sunburnt bosom
To her Rosier,
For, when Frosts, their punctual fingers
On her forehead lay,
You and I, and Dr. Holland,
Bloom Eternally!
Roses of a steadfast summer
In a steadfast land,
Where no Autumn lifts her pencil –
And no Reapers stand!
F131/J163/1860
Mijn lot mag dan van grove Katoen zijn –
Het hare van fijn damast –
Zij een zilveren schort dragen –
En ik, iets minder goddelijks –
Toch zou ik, mijn kleine Zigeunerbestaan
Veruit de voorkeur geven,
Toch, mijn kleine, zonverbrande boezem
Boven haar Roziger,
Want, als Vorst, zijn vingers stipt
Op haar voorhoofd legt,
Zullen Jij en ik, en Dr. Holland,
Eeuwig Bloeien!
Rozen van een standvastige zomer
In een standvastig land –
Waar geen Herfst haar penseel opheft –
En geen Magere Hein komt!
[3.2] Dr. Holland: schrijver Josiah Gilbert Holland (1819-1881) – Emily Dickinson stuurde dit gedicht in een verloren gegane brief aan Elizabeth Holland (“jij”). Vergezeld van een roos. Elizabeth Holland en haar man waren goede vrienden. Wie de vrouw is uit de eerste strofe, blijft onbekend.
[4.4] Reaper: maaier, iemand die oogst, (figuurlijk) engel des doods.