On a Columnar Self
On a Columnar Self –
How ample to rely
In Tumult – or Extremity –
How good the Certainty
That Lever cannot pry –
And Wedge cannot divide
Conviction – That Granitic Base –
Though None be on our Side –
Suffice Us – for a Crowd –
Ourself – and Rectitude –
And that Assembly –not far off
From furthest Spirit – God –
F740/J789/1863
Hoe rijk is het om te kunnen steunen
Op een Granieten Zelf –
Bij Onrust – of Uiterste Nood –
Hoe goed is de Zekerheid
Waaraan een Hefboom niet kan wrikken –
En geen Wig de Overtuiging
Kan splijten – die Basis van Graniet
Ook al staat Niemand aan onze Kant –
Voor Ons volstaat – in plaats van een Menigte –
Onszelf – en onze Oprechtheid –
En dat Gezelschap – niet ver weg
Van de verste Geest – God –
Het gedicht kan letterlijk opgevat worden, maar ook een sarcastische lezing is goed mogelijk. Is het wel zo goed om zelfverzekerd te zijn?
[1.1] Columnar: op een granieten zuil gelijkend.
[3.1] Crowd: menigte – de mensen om ons heen.
[3.3-4] Variant: And that Companion – not far off | From furthest Good Man – God – (En dat Maatje – niet ver weg | Van de verste Goede Man – God).
[3.4] Variant voor Spirit: Faithful (Trouwe).