Als je een in vreemde taal geschreven tekst vertaalt,
probeer je met religieuze nauwgezetheid er niets aan toe tevoegen.
(Simone Weil)
“Hope” is the thing with feathers –
is een van de bekendste gedichten van Emily Dickinson. Juist in onze chaotische en angstige tijd spreekt het nog steeds velen aan. Van het inspirerende gedicht zijn diverse Nederlandse vertalingen gemaakt. Aan de hand van een vergelijking van enkele daarvan wordt duidelijk hoe vertalers eigen accenten leggen. De lezer zal uiteindelijk beoordelen welke vertaling de voorkeur heeft. Laten we met het origineel beginnen, zoals Emily Dickinson het zelf in haar manuscripten opgeschreven heeft.
Vertaling – Adrie Lint
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
“Hoop” is het ding met veren –
Dat neerstrijkt in de ziel –
En het lied zonder woorden zingt –
En nooit ophoudt – helemaal niet –
Het liefst – klinkt het – bij harde Wind –
Zwaar moet de storm zijn –
Die het Vogeltje het zwijgen oplegt
Dat zo velen warm hield –
Ik hoorde het in de kilste streken –
En op de verste Zee –
Toch, nooit, in uiterste Nood,
Vroeg het een kruimel – van Mij.
Waarschijnlijk stuurde Emily Dickinson een eerste versie van dit gedicht naar haar nichten Louise en Frances Norcross.
[1.1] “Hope” – Voor Emily Dickinson had “Hope” een concrete invulling. In de christelijke kring waartoe ze behoorde, drukte hoop het diepe verlangen uit dat elke gelovige persoonlijk aangesproken zou worden door Christus (roeping). Aanvankelijk, in haar studietijd speelde dit verlangen een grote rol voor Emily Dickinson. Maar toen zij in zichzelf die persoonlijke roeping niet hoorde, heeft zij de banden met de kerkgemeenschap losgelaten. Ze noemde zichzelf ‘een rebel’ en ging haar eigen weg. In de christelijke traditie ontvangen volgelingen van Jezus het geloof via de Heilige Geest, voorgesteld als een duif met vleugels.
[3.2] Strangest: vreemdste. In de betekenis van vreemd, onbekend gebied.
[3.3-4] – Hoop geeft, maar vraagt niets terug.
Vertaling en toelichting zijn overgenomen van deze website – zie F314.
Vertaling – Lucienne Stassaert
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
“Hoop” is een ding met veren –
Dat neerstrijkt in de ziel –
Een wijsje zingt zonder woorden –
En nooit – wil ophouden –
En het zoetst – klinkt – in een Windvlaag –
Fel moet de storm wel zijn –
Als hij het Vogeltje verbluft
Dat velen heeft verkwikt –
Ik hoorde het in ’t kilste land –
En op de vreemdste Zee –
Toch vroeg het, in uiterste Nood,
Nooit een kruimel – van Mij.
Lucienne Stassaert (1936-2026) was een Vlaams schrijver, dichter, vertaler, beeldend kunstenaar en pianiste. Ze publiceerde dertien dichtbundels, een aantal romans, toneelstukken en hoorspelen. Voor haar poëzie ontving zij de Poëzieprijs van de Vlaamse Gids en de Provinciale Prijs voor Letterkunde van Antwerpen. Ze maakte geprezen vertalingen van Dickinson, Plath en Hadewijch.
Uit: Goedemorgen – Middernacht. Een keuze uit COMPLETE POEMS. Vertaald door Lucienne Stassaert. Leuven, 2005, p. 6.
Vertaling – Ans Bouter
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
Hoop is dat ding met veertjes
Dat neerstrijkt in de ziel
Er wijsjes zonder woorden zingt
En nooit valt hij er stil
Hoe hard de wind ook waaien zal
Hoe hevig ook de storm
Hij die zovelen warmte biedt
Dat vogeltje houdt vol
Het klonk zelfs in het koudste land
En in het verste oord
Toch vroeg het mij in grote nood
Nog nooit om kruimels brood
Op haar website gaf Ans Bouter nog nadere toelichting:
“Die Hoffnung ist das Federding das in der Seel sich birgt”, zag ik in een Duitse vertaling. “Das Federding”. Hadden wij maar zo’n woord.
Een ding van veren…. ik kan er niet aan wennen. ‘Een veren voorwerp’ vond ik eerst beter klinken. Later werd het: dat ding met veertjes. Vederlicht. En onbeschrijfeljk van betekenis. Wat er ook gebeurt, hoop mag je altijd hebben.
In de derde strofe is het, zij het met behulp van halfrijm, gelukt om sea-extremity-me te laten terugkomen in oord-nood-brood. De ‘sea’ moest dit keer het loodje leggen.
NB 26-11-2018: ontdek ik toch op internet een nieuwe vertaling van dit gedicht van de Belgische Sandra Roobaert, en wel eentje met een pracht van een jaloersmakende vondst voor de laatste regel. Ze vertaalt de laatste strofe als volgt: “Ik hoorde ’t in het kilste land / En op de vreemdste Zee / Maar vroeg het, zelfs in Hoogste Nood / Een kruimel van Me? Nee.” .
Ik zou er dan in mijn versie het volgende van maken (ware het niet dat zo’n vondst inpikken natuurlijk niet kan): Het klonk zelfs in het koudste land / En op de verste zee / Maar vroeg het mij in grote nood / Ooit om een kruimel? Nee.
“The strangest sea” is volgens mij niet “de vreemdste zee”, maar “de verste zee”. Aangezien “farrest” niet standaard gebruikt wordt en “foreign” hier ook niet past, is, denk ik, “strangest” gebruikt. Wat – bij mij althans – associaties oproept met “weird” en “peculiar” als je het met “vreemdste” vertaalt.
Uit: Dwars Vers. Lyrisch tweeluik. Emily Dickinson & Edna St. Vincent Millay, Gedichten & sonnetten. Vertaald en bijeengebracht door Ans Bouter. Uithoorn, 2016, p.64. Zie ook bij Literatuur.
Vertaling – Louise van Santen
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
‘Hoop’ is het ding met veren –
Dat neerstrijkt in de ziel –
Een melodie zingt zonder tekst –
En nooit stopt – met zijn lied –
het zoetst klinkt – in wilde Vlaag –
De storm moet bitter zijn –
als hij het Vogeltje beschaamt
dat velen heeft verblijd –
Ik hoorde hem in het kilste land –
En op de vreemdste Zee –
Toch vroeg het – nooit – in Extremis,
een kruimeltje – van Mij.
Louise van Santen (1924 – 2014) was een Nederlands verzetsstrijder, dichteres en vertaalster. In de Tweede Wereldoorlog was ze actief in het verzet. Voor haar verzetswerk werd ze in 1984 onderscheiden met het Ere Verzets Kruis. Bekendheid verwierf ze met haar vertalingen van Emily Dickinson. (Website Louise van Santen).
Uit: Emily Dickinson Gedichten. Vertaald door Louise van Santen. Uitgeverij de Prom, Baarn, 1986, p.31.
Vertaling – Sandra Roobaert
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
‘Hoop’ is het ding met veren –
Dat neerstrijkt in de ziel –
Het zingt het lied, de woorden niet –
En niemand – houdt het tegen –
En zoetst klinkt het – bij felle Wind –
Alleen de zwaarste storm –
kan het verslaan – dit Vogeltje
Bij wie je warmte vindt –
Ik hoorde ’t in het kilste land –
En op de vreemdste Zee –
Maar vroeg het, zelfs in Hoogste Nood,
Een kruimel van Me? Nee.
Sandra Roobaert (1968) schrijft poëzie, (blog)artikels, boekrecensies en interviews. Ze werkt voor Oost West Centrum (Orval), Content (Leuven) en Villa VanZelf vzw. Daarnaast is ze kopijredacteur poëzie bij Meander Magazine en gastredacteur bij Verzin. Ze volgde een tweejarige opleiding poëzie aan de Schrijversacademie in Antwerpen, won de Poëzieprijs van de stad Oostende in 2022 en debuteerde in 2023 met ‘De inventaris van wat blijft’ bij uitgeverij De Zeef. Haar gedichten verschenen in Het Liegend Konijn en Poëziekrant, online op Meander Magazine en Het Gezeefde Gedicht en in gelegenheidsbundels (Zie haar website).
Vertaling – Peter Verstegen
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
Hoop is het ding met veren
Dat in de ziel neerstrijkt
Het lied zonder woorden zingt
En ’t zingen – nooit meer staakt
En ’t zoetst – klinkt – in de stijve Bries –
En zwaar moet zijn de storm
Die ’t vogeltje beschaamde beschaamde dat
Zo velen heeft verwarmd
Ik hoorde het in ’t kilste land –
En op de vreemdste Zee –
Toch vroeg het – nooit – in Bangste uur,
Een kruimeltje van mij.
Peter Verstegen (1938) is een Nederlands schrijver en literair vertaler en werkzaam in het vertaalonderwijs. Hij vertaalde o.m. Nabokovs Pale Fire (Nijhoffprijs 1973) alsook poëzie van Shakespeare, Baudelaire, Verlaine, Dante, Petrarca, Emily Dickinson, Auden, Heine en Rilke.n 1993 promoveerde hij op het proefschrift Vertaalkunde versus vertaalwetenschap.
Uit: Verzamelde gedichten. Vertaling en commentaar voorzien door Peter Verstegen. Tweede Druk, Uitgeverij van Oorschot, Amsterdam, 2018, p.96.
Vertaling – Ivo van Strijtem
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
‘Hoop’ is het gevederd iets –
Dat neerstrijkt in de ziel –
Het zingt alleen de melodie –
En stoppen doet het – niet –
Bij harde wind weerklinkt het ’t zoetst
Hoe hevig raast de storm –
Als hij de Vogel kan verstommen
Die velen warmte schonk –
Ik hoorde ’t op de vreemdste Zee –
En in het kilste land –
Maar nooit, ook niet in hoogste Nood,
At het een kruimel –uit mijn Hand.
Ivo van Strijtem (1953), pseudoniem van Ivo Evenepoel, is dichter, essayist, bloemlezer en leraar literaire creatie. Bovendien vertaalt hij gedichten uit het Engels en het Zweeds.
Uit: De mooiste van Emily Dickinson. Vertaald door Ivo van Strijtem. Lannoo, Tielt/Amsterdam, 2002, p. 53.
Vertaling – ChatGPT juli 2026
“Hope” is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –
And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –
I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.
F314/J254/1862
“Hoop” is het ding met veren –
dat neerstrijkt in de ziel –
en het lied zingt zonder woorden –
en nooit – helemaal nooit – ophoudt –
En het zoetst – in de storm – wordt het gehoord –
en hevig moet de storm wel zijn –
die het kleine Vogeltje zou kunnen beschamen,
dat zovelen warm heeft gehouden –
Ik heb het gehoord in het koudste land –
en op de vreemdste Zee –
en toch heeft het, zelfs in uiterste nood,
nooit om één kruimel – van mij – gevraagd.
