Afraid! Of whom am I afraid?
Not Death – for who is He?
The Porter of my Father’s Lodge
As much abasheth me!
Of Life? ‘Twere odd I fear a thing
That comprehendeth me
In one or two existences –
Just as the case may be –
Of Resurrection? Is the East
Afraid to trust the Morn
With her fastidious forehead?
As soon impeach my Crown!
F345/J608/1862
Bang! Voor wie zou ik bang zijn?
Niet voor de Dood – want wie mag Hij zijn?
De Portier van mijn Vaders Huis
Intimideert mij evenmin!
Voor het leven? Vreemd om bang te zijn
Voor iets waar ik deel van ben
In één of twee bestaansvormen –
Afhankelijk van wat het mag zijn –
Voor de Verrijzenis? Is het Oosten
Bang om de Ochtend te vertrouwen
Met haar kieskeurige voorhoofd?
Trek dan nog liever mijn Kroon in twijfel!
[2.2] The Porter – de dood is de portier die de mensen de hemel binnenlaat.
[2.3] Two existences: twee levensvormen, het leven op aarde en in de hemel.
[2.3] Variant voor two: more (meer).
[2.8] Variant: As Deity decree – (Naar God beschikt –).
[3.6] – Bang zijn voor de opstanding klinkt net zo absurd als bang zijn voor de eigen kroon.