The Stem of a departed Flower
The Stem of a departed Flower
Has still a silent rank –
The Bearer from an Emerald Court
Of a Despatch of Pink.
F1543/J1520/1881
De Stengel van een vertrokken Bloem
Heeft nog steeds een stille klasse –
De Drager uit een Smaragdgroene Hof
Van een Bericht van Leven.
“Pink”: roze. Voor Emily Dickinson is het ook de kleur van de huid. Daarom ook vleeskleurig, lichamelijk en levend, vitaal.
An Antiquated Tree
An Antiquated Tree
Is cherished of the Crow
Because that Junior Foliage
Is disrespectful now
To venerable Birds
Whose Corporation Coat
Would decorate Oblivion’s
Remotest Consulate –
F1544/J1514/1881
Een Stokoude Boom
Is geliefd bij Kraaien
Omdat Jeugdig Gebladerte
Tegenwoordig geen respect meer heeft
Voor eerbiedwaardige Vogels
Van wie de Officiële Overjas
Het meest afgelegen Consulaat
Van Vergetelheid zou sieren –
Varianten:
– voor “Corporation Coat” (regel 6): “unsuspecting Coat” (ongewone Overjas) en “well intentioned Coat” (goed bedoelde Overjas);
– voor “Remotest” (regel 8): “Fantastic” (fantastische), “Most gracious” (meest verfijnde), “Most dusky” (meest schemerige) en “Most pompous” (meest pretentieuze).
A Pang is more conspicuous in Spring
A Pang is more conspicuous in Spring
In contrast with the things that sing
Not Birds entirely – but Minds –
And Winds – Minute Effulgencies –
When what they sung for is undone
Who cares about
——–a Blue Bird’s Tune –
Why, Resurrection had to wait
Till they had moved a Stone –
F1545/J1530/1881
Stekende Pijn valt het meest op in de Lente
In schril contrast met wat zingt
Niet alleen Vogels – maar ook Gedachten –
En de Wind – de Bescheiden Pracht –
Als waarvoor ze zongen kapot is
Wie maalt er dan om
——–een Lied van de Blauwe Lijster –
Wel, de Opstanding moest wachten
Tot ze een Steen hadden verplaatst –
When what they sung for is undone
Who cares about
——–a Blue Bird’s Tune –
Why, Resurrection had to wait
Till they had moved a Stone –
As if a Drum went on and on
To captivate the slain
I dare not write until I hear –
Intro without my Trans –
When what they sung for is undone
Als waarvoor ze zongen kapot is
Wie maalt er dan om
——–een Lied van de Blauwe Lijster –
Wel, de Opstanding moest wachten
Tot ze een Steen hadden verplaatst –
Alsof een Trommel alsmaar doorging
Om de dode te bekoren
Ik durf niet te schrijven tot ik –
Het Intro hoor zonder mijn Trans –
Als waarvoor ze zongen kapot is
We never know we go when we are going
We never know we go when we are going –
We jest and shut the Door –
Fate – following – behind us bolts it –
And we accost no more –
F1546/J1523/1881
We weten nooit dat we gaan terwijl we gaan –
We maken een grap en sluiten de deur –
Het Lot – daarna – sluit haar achter ons –
En we komen niet meer langs –
His little Hearse like Figure
His little Hearse like Figure
Unto itself a Dirge
To a delusive Lilac
The vanity divulge
Of Industry and Morals
And every righteous thing
For the divine Perdition
Of Idleness and Spring –
F1547/J1522/1881
Zijn kleine Verschijning als een Rouwkoets
Op zichzelf al een Klaagzang
Laat aan een hypocriete Sering
De ijdelheid onthullen
Van IJver en Moraal
En alle Rechtschapenheid
Tegenover de goddelijke Verdoemenis
Van Luiheid en Lente –
“Perdition” – de strenge puriteinen vonden dat luiheid en genot (van de lente) tot de verdoemenis leiden.
Emily Dickinson stuurt het naar haar negenjarig neefje Gib. Samen met een dode bij en het verzoek om het aan zijn onderwijzer te geven. Met de titel: “Het geloof van de Hommel”.
All things swept sole away
All things swept sole away
This – is immensity –
F1548/J1512/1881
Alle dingen op één na weggevaagd
Dat – is onmetelijkheid –