All things swept sole away
This – is immensity –
F1548/J1512/1881
Alle dingen op één na weggevaagd
Dat – is onmetelijkheid –
All things swept sole away
This – is immensity –
F1548/J1512/1881
Alle dingen op één na weggevaagd
Dat – is onmetelijkheid –
A faded Boy – in sallow Clothes
Who drove a lonesome Cow
To pastures of Oblivion –
A statesman’s Embryo –
The Boys that whistled are extinct –
The Cows that fed and thanked
Remanded to a Ballad’s Barn
Or Clover’s Retrospect –
F1549/J1524/1881
Een bleke Jongen – in vale Kleren
Die een eenzame Koe opdreef
Naar weiden van Vergetelheid –
Is de Kiem van een staatsman –
De Jongens die floten zijn uitgestorven –
Koeien die dankten gevoederd te worden
Verwezen naar de Stal van een Ballade
Of bij het ophalen van Herinneringen aan Klaver –
Oh give it motion – deck it sweet
With Artery and Vein –
Upon it’s fastened Lips lay words –
Affiance it again
To that Pink stranger we call Dust –
Acquainted more with that
Than with this horizontal one
That will not lift it’s Hat –
F1550/J1527/1881
O geef het beweging – kleed het zacht aan
Met Slagaders en Bloedvaten –
Leg woorden op zijn gesloten Lippen –
Geef weer vertrouwen
Aan die Roze vreemde die we Stof noemen –
Daar zijn we meer vertrouwd mee
Dan met deze horizontale persoon
Die zijn Hoed niet afneemt –
‘Tis Seasons since the Dimpled War
In which we each were Conqueror
And each of us were slain
And Centuries ’twill be and more
Another Massacre before
So modest and so vain –
Without a Formula we fought
Each was to each the Pink Redoubt –
F1551/J1529/1881
Het is Seizoenen geleden sinds de Kuiltjes Oorlog
Waarin we allebei Overwinnaar waren
En ieder van ons verslagen werd
En het gaat Eeuwen en Eeuwen duren
Voordat er weer een Bloedbad plaatsvindt
Zo bescheiden en zo ijdel –
En we vochten in de wilde weg
Dat elk voor de ander het Roze Bastion was –
Above Oblivion’s Tide
———there is a Pier
And an effaceless “Few” are lifted there –
Nay – lift themselves –
———Fame has no Arms –
And but one Smile – that meagres Balms –
F1552/J1531/1881
Boven de Zee van Vergetelheid
———rijst een Pier
Een “Paar” onuitwisbaren zijn er opgehesen –
Neen – ze doen het zelf –
———Roem heeft geen Armen –
Maar alleen een Glimlach – die de Balsem matigt –
Above Oblivion’s Tide
———there is a Pier
And an effaceless “Few” are scattered there –
Scattered – I say!
To place them side by side
Enough will not be found
———when all have died –
Boven de Zee van Vergetelheid
———rijst een Pier
Een “Paar” onuitwisbaren zijn daar verspreid –
Verspreid – zeg ik!
Om ze naast elkaar te zetten
Zal niet genoeg ruimte gevonden worden
———als ze allemaal dood zijnµ –
From all the Jails the Boys and Girls
Ecstatically leap –
Beloved only Afternoon
That Prison does’nt keep –
They storm the Earth And stun the Air,
A Mob of solid Bliss –
Alas – that Frowns should lie in wait
For such a Foe as this –
F1553/J1532/1881
Uit ieder Gevang springen Jongens en Meisjes
Uitzinnig naar buiten –
Op die ene geliefde Middag
Dat de Gevangenis niet bewaart –
Ze bestormen Aarde En overrompelen de Lucht,
Een Meute van sterke Vreugde –
Helaas – het Duister ligt op de loer
Voor zo’n Genoegen als dit –
On that specific Pillow
Our projects flit away –
The Night’s tremendous Morrow
And whether sleep will stay
Or usher us – a stranger –
To situations new
The effort to comprise it
Is all the soul can do –
F1554/J1533/1881
Op dat specifieke Kussen
Fladderen onze projecten weg –
Op de verschrikkelijke Morgen van de Nacht
En ongeacht of de slaap zal blijven
Of ons – als een vreemde –
Voorgaat naar nieuwe situaties
De moeite om het te begrijpen
Is alles wat de ziel kan doen –