↓
 

Emily Dickinson

Gedichten

Categorie archieven: Uncategorized

Bericht navigatie

<< 1 2 … 106 107 108 109 110 111 112 … 265 266 >>

On a Columnar Self

Emily Dickinson

On a Columnar Self –
How ample to rely
In Tumult – or Extremity –
How good the Certainty

That Lever cannot pry –
And Wedge cannot divide
Conviction – That Granitic Base –
Though None be on our Side –

Suffice Us – for a Crowd –
Ourself – and Rectitude –
And that Assembly –not far off
From furthest Spirit – God –

F740/J789/1863

In de Ivoren Toren van Jezelf –
Is het makkelijk zelfverzekerd te zijn
Bij Verwarring – of Ernstige Moeilijkheden –
Hoe goed is de Zekerheid

Waaraan een Hefboom niet kan wrikken –
En geen Wig de Overtuiging
Kan splijten – die Basis van Graniet
Ook als Niemand aan onze Zijde staat –

Ons volstaat – in plaats van Menigte –
Wijzelf – en Goedheid –
En het Gezelschap – niet ver weg
Van de meest verre Geest – God –

“Columnar”: zuil, pilaar.
Het gedicht kan zeker op heel verschillende wijze gelezen worden. Bijvoorbeeld ironisch: wees niet zo zelfverzekerd. Of letterlijk: heb vertrouwen in jezelf. Of allebei…
Varianten:
– voor “Spirit” (regel 12): “Faithful (Trouwe);
– voor regel 11 en 12:
“And that Companion – not far off (End at Maatje – niet ver weg)
From furthest Good Man – God – (Van die meest verre Goede Mens – God).

Nature – the Gentlest Mother is

Emily Dickinson

Nature – the Gentlest Mother is,
Impatient of no Child –
The feeblest – or the waywardest –
Her Admonition mild –

In Forest – and the Hill –
By Traveller – be heard –
Restraining Rampant Squirrel –
Or too impetuous Bird –

How fair Her Conversation –
A Summer Afternoon –
Her Household – Her Assembly –
And when the Sun go down –

Her Voice among the Aisles
Incite the timid prayer
Of the minutest Cricket –
The most unworthy Flower –

When all the Children sleep –
She turns as long away
As will suffice to light Her lamps –
Then bending from the Sky –

With infinite Affection –
And infiniter Care –
Her Golden finger on Her lip –
Wills Silence – Everywhere –

F741/J790/1863

De Natuur – is de Aardigste Moeder die er is,
Geduldig met elk Kind –
Voor het zwakste – of meest eigenwijze –
Heeft ze maar een klein Standje –

In het Bos – en de Heuvels –
Kunnen Reizigers – horen –
Hoe ze Onstuimige Eekhoorns in toom houdt –
Of Vogels die te heetgebakerd zijn –

Hoe netjes is haar Praatje –
Op een Zomermiddag –
Haar Huishouden – Haar Gemeenschap –
En als de Zon ondergaat –

Roept haar Stem in de Paden
Wekt het timide Gebed
Van de kleinste krekel –
De gewoonste Bloem –

Als de Kinderen slapen –
Loopt ze ver genoeg weg
Als nodig is om Haar lichten aan te steken –
En dan legt ze vanuit de Hemel –

Met oneindige Liefde –
En oneindiger Zorg –
Haar Gouden Vinger op Haar lippen –
Vraagt Stilte – Overal –

Variant voor “feeblest” (regel 3): “the dullest” (de saaiste).

No Prisoner be

Emily Dickinson

No Prisoner be –
Where Liberty –
Himself – abide with Thee –

F742/J720/1863

U zult geen Gevangene zijn –
Waar Vrijheid –
Zelve – bij U blijven –

Behind Me – dips Eternity

Emily Dickinson

Behind Me – dips Eternity –
Before Me – Immortality –
Myself – the Term between –
Death but the Drift of Eastern Gray,
Dissolving into Dawn away,
Before the West begin –

‘Tis Kingdoms – afterward – they say –
In perfect – pauseless Monarchy –
Whose Prince – is Son of none –
Himself – His Dateless Dynasty –
Himself – Himself diversify –
In Duplicate divine –

‘Tis Miracle before Me – then –
‘Tis Miracle behind – between –
A Crescent in the Sea –
With Midnight to the North of Her –
And Midnight to the South of Her –
And Maelstrom – in the Sky –

F743/J721/1863

Achter mij – zinkt de Eeuwigheid weg –
Vóór mij – de Onsterfelijkheid –
Ik – de Levensjaren daartussen –
Dood is enkel de Grijze Veeg in het Oosten,
Die oplost in de Dageraad,
Voordat het Westen verschijnt –

Er is een Koninkrijk – naderhand – zeggen ze –
Met een volmaakte – eindeloze Monarchie –
Wiens Vorst – de Zoon van niemand is –
Voor Hem – is zijn Dynastie tijdloos –
Hijzelf – verandert Zich van gedaante –
In een goddelijk Duplicaat –

Het is een Wonder vóór Mij – dan –
Het is Wonder achter mij – en daartussen –
Een Wassende Maan in de Zee –
Met Middernacht Noord van Haar –
En Middernacht Zuid van Haar –
En de Maalstroom – in de Lucht –

“Het Westen” van de Onsterfelijkheid. Die ligt immers nog vóór haar.
“Kingdoms”: Rijk der hemelen.
“Pauseless Monarchy” – de tweede strofe verwijst mogelijk naar de geloofsbelijdenis van Nicea waarin staat dat het hemelse rijk zonder einde is (“pauseless”), Jezus de vorst (“Prince”) is, de eniggeboren zoon van God (“Son of none”), verwekt bij zijn Vader vóór alle bestaan (“Dateless Dynasty”) en God uit Zichzelf bestaat (“Himself – in Himself diversify”).
“Maelstrom”: draaikolk of wervelvind van tegengestelde stromingen. Oorspronkelijk werd hiermee de stromingen bij Noorwegen bedoeld waardoor veel schepen zonken.

She dwelleth in the Ground

Emily Dickinson

She dwelleth in the Ground –
Where Daffodils – abide –
Her Maker – Her Metropolis –
The Universe – Her Maid –

To fetch Her Grace – and Hue –
And Fairness – and Renown –
The Firmament’s – To Pluck Her –
And fetch Her Thee – be mine –

F744/J671/1863

Zij woont in de Grond –
Waar Narcissen – vertoeven –
Haar Schepper – is Haar Metropool –
De Kosmos – Haar Dienstmeid –

Haar Gratie geven – en Kleur –
Schoonheid – en Roem –
Is aan het Firmament – Haar Plukken –
En Haar naar U toe brengen – is aan mij –

Emily Dickinson stuurt dit gedicht samen met een krokus naar haar nichtjes Louise en Francess Norcross. Op het papier is de afdruk van de bloem nog zichtbaar.
Variant voor “Grace” (regel 5): “Light” (Glans).

Sweet Mountains – Ye tell Me no lie

Emily Dickinson

Sweet Mountains – Ye tell Me no lie –
Never deny Me – Never fly –
Those same unvarying Eyes
Turn on Me – When I fail –
———or feign,
Or take the Royal names in vain –
Their far – slow – Violet Gaze –

My Strong Madonnas – Cherish still –
The Wayward Nun – beneath the Hill –
Whose service – is to You –
Her latest Worship – When the Day
Fades from the Firmament away –
To lift Her Brows on You –

F745/J722/1863

Lieve Bergen – Jullie liegen nooit tegen Mij –
Wijs Me nooit af – ren Nooit weg –
Deze zelfde onverstoorbare Ogen
Richt je tot Mij – Als ik tekortschiet –
———of doe alsof,
Als ik de Koninklijke namen tevergeefs aanroep –
Hun verre – rustige – Violette Blik –

Mijn Sterke Madonna’s – Blijf zorgen voor –
De Rebelse Non – onder de Heuvel –
Wiens eredienst – voor Jullie –
Haar laatste eerbetoon is – Als de Dag
Vervaagt van het Firmament –
Om Haar Blik op Jullie te richten –

“Sweet Mountains” zijn de Pelham Hills vlakbij Amherst, die Emily Dickinson vanuit haar kamer elke dag kan zien.
“Royal names” – het gedicht doet denken aan Psalm 121: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp?”. In de psalm komt de hulp van de Heer (de koninklijke naam?).

It tossed – and tossed

Emily Dickinson

It tossed – and tossed –
A little Brig I knew – o’ertook by Blast –
It spun – and spun –
And groped delirious, for Morn –

It slipped – and slipped –
As One that drunken – stept –
Its white foot tripped –
Then dropped from sight –

Ah, Brig – Good Night
To Crew and You –
The Ocean’s Heart too smooth – too Blue –
To break for You –

F746/J723/1863

Het schommelde – en schommelde –
Een Scheepje mij bekend – verrast door de Wind –
Het tolde – en tolde –
En tastte uitzinnig, naar de Morgen –

Het slingerde – en slingerde –
Zoals een Dronkenman – waggelde –
Zijn witte voet struikelde –
Toen uit het zicht verdween –

Ach, Scheepje – Welterusten
Voor de Bemanning en Jou –
Het Hart van de Oceaan te glad – te Blauw –
Om voor jou te breken –

Bericht navigatie

<< 1 2 … 106 107 108 109 110 111 112 … 265 266 >>

Verzamelde
Gedichten
met Nederlandse
vertaling

  • Home
  • Index Engelse Beginregels

  • Bloemlezing
  • Biografie
  • Fauna
  • Flora
  • Kunst
  • Leeswijzer
  • Links
  • Literatuur
  • Over deze site
  • Zoeken ?

© Vertaling Adrie Lint – De vertaling mag met schriftelijke toestemming worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden.

↑