↓
 

Emily Dickinson

Gedichten

Bericht navigatie

<< 1 2 … 20 21 22 23 24 25 26 … 265 266 >>

“Houses” – so the Wise Men tell me

Emily Dickinson

“Houses” – so the Wise Men tell me –
“Mansions”! Mansions must be warm!
Mansions cannot let the tears in,
Mansions must exclude the storm!

“Many Mansions,” by “his Father,”
I don’t know him; snugly built!
Could the Children find the way there –
Some, would even trudge tonight!

F139/J127/1860

“Huizen” – zeggen Wijze Mensen mij –
“Woningen”! Woningen dienen warm te zijn!
Woningen laten geen tranen binnen,
Woningen moeten storm buiten houden!

“Vele Woningen,” zijn door “zijn Vader,”
Mij niet bekend; knus gebouwd.
Wisten Kinderen de weg te vinden –
Sommigen, kropen vannacht nog erheen!

[2.1] Many Mansions – verwijst naar een citaat uit het evangelie van Johannes: “In het huis van mijn Vader zijn vele woningen.” (Johannes 14,2)

Bring me the sunset in a cup

Emily Dickinson

Bring me the sunset in a cup –
Reckon the morning’s flagons up
And say how many Dew –
Tell me how far the morning leaps –
Tell me what time the weaver sleeps
Who spun the breadth of blue!

Write me how many notes there be
In the new Robin’s ecstasy
Among astonished boughs –
How many trips the Tortoise makes –
How many cups the Bee partakes,
The Debauchee of Dews!

Also, Who laid the Rainbow’s piers,
Also, Who leads the docile spheres
By withes of supple blue?
Whose fingers string the stalactite –
Who counts the wampum of the night
To see that none is due?

Who built this little Alban House
And shut the windows down so close
My spirit cannot see?
Who’ll let me out some gala day
With implements to fly away,
Passing Pomposity?

F140/J128/1860

Breng me een kopje zonsondergang –
Tel de morgendruppels op
En zeg hoeveel Dauw er is –
Vertel me hoe ver de morgen springt –
Hoe laat de wever gaat slapen
Die het uitgestrekte blauw heeft gesponnen!

Schrijf me hoeveel noten er zijn
In de extase van de nieuwe Roodborst
Tussen verbaasde takken –
Hoeveel tochten de Schildpad maakt –
Hoeveel glazen de Bij gebruikt,
Het Fuifnummer van de Dauw!

Ook, Wie de pijlers voor de Regenboog legde,
En, Wie leidt de volgzame planeten
Met banden van soepel blauw?
Wiens vingers spannen de stalactiet?
Wie telt het kralensnoer van de nacht
Om te zien dat er geen ontbreekt?

Wie heeft dit kleine Witte Huis gebouwd
En sloot de ramen zo potdicht
Dat mijn geest niet kan zien?
Wie laat me op ‘n feestdag uit
Met toestellen om weg te vliegen,
Voorbij het Aards Bestaan?

Het gedicht is geïnspireerd op het boek Job (38, 19–28), waar Job en God met elkaar in discussie gaan. God betwijfelt of Job wel enige notie heeft over wat er op aarde gebeurt.
[2.4] Variant voor Tortoise: Mullet (Poon).
[3.5] Wampum: wampum, snoer van kralen die Native Americans gebruikten als betaalmiddel, verdragen of huwelijksbeloften.
[4.1] Alban: wit (Latijn) of Dickinsonaanse verhaspeling van ‘albasten’ – het “Witte Huis” is vaker synoniem voor lichaam.
[4.6] Pomposity: aards bestaan (Emily Dickinson Lexicon).

She died at play

Emily Dickinson

She died at play –
Gambolled away
Her lease of spotted hours,
Then sank as gaily as a Turk
Opon a Couch of flowers –

Her ghost strolled softly o’er the hill –
Yesterday, and Today –
Her vestments as the silver fleece –
Her countenance as spray –

F141/J75/1860

Ze stierf in haar spel –
Dartelde weg
Haar contract voor bonte uren,
Zonk toen als een blije Turk neer
Op een Bed van bloemen –

Haar geest dwaalde kalm over de heuvel –
Gisteren, en Vandaag –
Haar gewaden als zilvervacht –
Haar gelaat als nevel –

Twee strofen, twee raadsels voor de lezer. Gaat de eerste strofe over een meisje dat sterft en de tweede over haar geest die voortleeft. Of is het wederom de zon die ondergaat en de maan als schaduwgeest?

Cocoon above! Cocoon below!

Emily Dickinson

Cocoon above! Cocoon below!
Stealthy Cocoon, why hide you so
What all the world suspect?
An hour, and gay on every tree
Your secret, perched in ecstasy
Defies imprisonment!

An hour in Chrysalis to pass –
Then gay above receding grass
A Butterfly to go!
A moment to interrogate,
Then wiser than a “Surrogate,”
The Universe to know!

F142/J129/1860

Cocons boven! Cocons beneden!
Sluwe Cocon, waarom verstop je zo
Wat heel de wereld kan raden?
Een uur, en vrolijk op elke boom
Zal jouw geheim, in extase genesteld
Elke vorm van Gevangenschap tarten!

Een uur in de Pop doorbrengen –
Dan vrolijk boven het wijkend gras
Een Vlinder klaar om te gaan!
Een moment om door te vragen,
Dan wijzer dan een “Rechter”
Om het Universum te begrijpen!

[2.5] Surrogate: rechter in kerkelijke zaken.

Exultation is the going

Emily Dickinson

Exultation is the going
Of an inland soul to sea,
Past the houses – past the headlands –
Into deep Eternity –

Bred as we, among the mountains,
Can the sailor understand
The divine intoxication
Of the first league out from land?

F143/J76/1860

Een uitgelaten stemming is als het gaan
Van een landman de zee op,
Weg van huis – weg van de kustlijn –
Diep de Eeuwigheid in –

Opgegroeid als wij, in het bergland
Kan de zeeman begrijpen
Die goddelijke roes
Van die eerste zeemijl buiten land?

I never hear the word “Escape”

Emily Dickinson

I never hear the word “Escape”
Without a quicker blood,
A sudden expectation –
A flying attitude!

I never hear of prisons broad
By soldiers battered down,
But I tug childish at my bars
Only to fail again!

F144/J77/1860

Ik kan het woord “Ontsnappen” niet horen
Of mijn bloed gaat sneller stromen,
Een plotselinge verwachting –
Een bereidheid om uit te vliegen!

Ik kan niet over grote gevangenissen horen
Die door soldaten zijn platgelegd,
Of ik ruk als een kind aan mijn box
Alleen om opnieuw te falen!

A little East of Jordan

Emily Dickinson

A little East of Jordan,
Evangelists record,
A Gymnast and an Angel
Did wrestle long and hard –

Till morning touching mountain –
And Jacob, waxing strong,
The Angel begged permission
To Breakfast – to return –

Not so, said cunning Jacob!
“I will not let thee go
Except thou bless me” – Stranger!
The which acceded to –

Light swung the silver fleeces
“Peniel” Hills beyond,
And the bewildered Gymnast
Found he had worsted God!

F145/J59/1860

Iets ten Oosten van de Jordaan,
Tekenen Evangelisten op,
Waren een Worstelaar en een Engel
Lange tijd stevig aan het vechten –

Tot de ochtend de berg raakte –
En Jakob sterker werd,
De Engel toestemming vroeg
Om te Ontbijten – en dan terug te komen –

Zeker niet, zei de sluwe Jacob!
“Ik laat u niet gaan
Tenzij u mij zegent” – Vreemdeling!
Die hiermee instemde –

Luchtig zwaaiden de zilveren vachten
Over de heuvels van “Peniel”,
En de verbijsterde Worstelaar
Besefte dat hij God had verslagen!

Het gedicht verwijst naar het Bijbelverhaal van Jakob die met de engel vecht (Genesis 32). Bij Emily Dickinson wordt Jakob een sportieve worstelaar (“Gymnast”)
[1.2] Variant: As Genesis record (Zo tekent Genesis op).
[3.2] Variant And girt his loins anew, (En hij omgordde zijn lendenen weer,).
[4.2] Peniel betekent letterlijk ‘Aangezicht van God’. Zo noemde Jakob de plaats want daar had hij “God gezien van aanschijn tot aanschijn, en toch in leven gebleven!” (Genesis 32,31).

Bijzonder dat Emily Dickinson in een van haar laatste brieven aan Thomas Higginson het perspectief van het verhaal veranderde. Daarin geeft Jakob de zegen aan de engel!

Bericht navigatie

<< 1 2 … 20 21 22 23 24 25 26 … 265 266 >>

Verzamelde
Gedichten
met Nederlandse
vertaling

  • Home
  • Index Engelse Beginregels

  • Bloemlezing
  • Biografie
  • Fauna
  • Flora
  • Kunst
  • Leeswijzer
  • Links
  • Over deze site
  • Uitgaven
  • Zoeken ?

© Vertaling Adrie Lint – De vertaling mag met schriftelijke toestemming worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden.

↑