↓
 

Emily Dickinson

Gedichten

Categorie archieven: Uncategorized

Bericht navigatie

<< 1 2 … 107 108 109 110 111 112 113 … 265 266 >>

Sweet Mountains – Ye tell Me no lie

Emily Dickinson

Sweet Mountains – Ye tell Me no lie –
Never deny Me – Never fly –
Those same unvarying Eyes
Turn on Me – When I fail –
———or feign,
Or take the Royal names in vain –
Their far – slow – Violet Gaze –

My Strong Madonnas – Cherish still –
The Wayward Nun – beneath the Hill –
Whose service – is to You –
Her latest Worship – When the Day
Fades from the Firmament away –
To lift Her Brows on You –

F745/J722/1863

Lieve Bergen – Jullie liegen nooit tegen Mij –
Wijs Me nooit af – ren Nooit weg –
Deze zelfde onverstoorbare Ogen
Richt je tot Mij – Als ik tekortschiet –
———of doe alsof,
Als ik de Koninklijke namen tevergeefs aanroep –
Hun verre – rustige – Violette Blik –

Mijn Sterke Madonna’s – Blijf zorgen voor –
De Rebelse Non – onder de Heuvel –
Wiens eredienst – voor Jullie –
Haar laatste eerbetoon is – Als de Dag
Vervaagt van het Firmament –
Om Haar Blik op Jullie te richten –

“Sweet Mountains” zijn de Pelham Hills vlakbij Amherst, die Emily Dickinson vanuit haar kamer elke dag kan zien.
“Royal names” – het gedicht doet denken aan Psalm 121: “Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp?”. In de psalm komt de hulp van de Heer (de koninklijke naam?).

It tossed – and tossed

Emily Dickinson

It tossed – and tossed –
A little Brig I knew – o’ertook by Blast –
It spun – and spun –
And groped delirious, for Morn –

It slipped – and slipped –
As One that drunken – stept –
Its white foot tripped –
Then dropped from sight –

Ah, Brig – Good Night
To Crew and You –
The Ocean’s Heart too smooth – too Blue –
To break for You –

F746/J723/1863

Het schommelde – en schommelde –
Een Scheepje mij bekend – verrast door de Wind –
Het tolde – en tolde –
En tastte uitzinnig, naar de Morgen –

Het slingerde – en slingerde –
Zoals een Dronkenman – waggelde –
Zijn witte voet struikelde –
Toen uit het zicht verdween –

Ach, Scheepje – Welterusten
Voor de Bemanning en Jou –
Het Hart van de Oceaan te glad – te Blauw –
Om voor jou te breken –

It’s easy to invent a Life

Emily Dickinson

It’s easy to invent a Life –
God does it – every Day –
Creation – but the Gambol
Of His Authority –

It’s easy to efface it –
The thrifty Deity
Could scarce afford Eternity
To Spontaneity –

The Perished Patterns murmur –
But His Perturbless Plan
Proceed – inserting Here – a Sun –
There – leaving out a Man –

F747/J724/1863

Het is simpel om een Leven uit te vinden –
God doet het – elke dag –
Scheppen – slechts een Bokkensprongetje
Van Zijn Autoriteit –

Het is simpel om het uit te wissen –
De zuinige God
Kon moeilijk de Eeuwigheid verlenen
Aan Spontaniteit –

De Vergane Exemplaren mopperen –
Maar zijn Onverstoorbaar Plan
Ga uw gang – en plaatst hier – een Zon –
Laat daar – een Mens weg –

God gave a Loaf to every Bird

Emily Dickinson

God gave a Loaf to every Bird –
But just a Crumb – to Me –
I dare not eat it – tho’ I starve –
My poignant luxury –

To own it – touch it –
Prove the feat –
————that made the Pellet mine –
Too happy – in my Sparrow’s chance –
For Ampler Coveting –

It might be Famine – all around –
I could not miss an Ear –
Such Plenty smiles upon my Board –
My Garner shows so fair –

I wonder how the Rich – may feel –
An Indiaman – An Earl –
I deem that I – with but a Crumb –
Am Sovereign of them all –

F748/J791/1863

God gaf Brood aan elke Vogel –
Maar slechts een Kruimeltje – voor Mij –
Ik durf het niet te eten – al verhonger ik –
Mijn schrijnende luxe –

Om het te hebben – het aan te raken –
Ervaar het wonder –
————dat het Stukje de mijne maakte –
Te gelukkig – in mijn Mussen-lot –
Voor een Groter Verlangen –

Er kan Hongersnood zijn – overal –
Ik heb geen Korenaar te missen –
Zoveel overvloed lacht er vanaf mijn Bord –
Mijn Voorraadschuur ziet er zo prachtig uit –

Ik vraag me af wat Rijke Mensen – voelen –
Een Miljonair – een Graaf –
Ik vind dat ik – met maar een Kruimel –
Over hen allen Soeverein ben –

“Indiaman”: koopman die op Indië vaart, (figuurlijk) miljonair.

Where Thou art – that – is Home

Emily Dickinson

Where Thou art – that – is Home –
Cashmere – or Calvary – the same –
Degree – or Shame –
I scarce esteem Location’s Name –
So I may Come –

What Thou dost – is Delight –
Bondage as Play – be sweet –
Imprisonment – Content –
And Sentence – Sacrament –
Just We two – meet –

Where Thou art not – is Wo –
Tho’ Bands of Spices – row –
What Thou dost not – Despair –
Tho’ Gabriel – praise me – Sir –

F749/J725/1863

Waar Jij bent– dat – is Thuis –
Kashmir – of Kruisweg – om het even –
Klasse – of Schande –
Naam van de Plaats doet mij er niet toe –
Als ik maar mag Komen –

Wat Jij doet – is Genot –
Onderwerping als Spel – moet lief zijn –
Gevangen – een Genoegen –
En Straf – een Sacrament –
Als Wij Twee maar – bij elkaar zijn –

Waar Jij niet bent – is Pijn –
Al verspreiden zich de Complexe Geuren –
Wat Jij niet doet – brengt Wanhoop –
Al zingt Gabriël – prijs me – Heer –

“Cashmere”: Kasjmir, figuurlijk voor luxe, hemels (zie lexicon). De komst van de lente maakt heel de wereld Kasjmir.
“Gabriel”– de aartsengel Gabriël. Emily Dickinson gebruikt de naam vaker voor zangvogel.

We thirst at first – ’tis Nature’s Act

Emily Dickinson

We thirst at first – ’tis Nature’s Act –
And later – when we die –
A little Water supplicate –
Of fingers going by –

It intimates the finer want –
Whose adequate supply
Is that Great Water in the West –
Termed Immortality –

F750/J726/1863

Eerst hebben we dorst – zo is de Natuurwet –
En later – als we sterven –
Smeken we om een beetje water –
Van de vingers die voorbijgaan –

Het duidt een subtieler behoefte aan –
Waarin toereikend voorzien wordt
Door dat Grote Water in het Westen –
Onsterfelijkheid genoemd –

Precious to Me – She still shall be

Emily Dickinson

Precious to Me – She still shall be –
Though She forget the name I bear –
The fashion of the Gown I wear –
The very Color of My Hair –

So like the Meadows – now –
I dared to show a Tress of Their’s
If haply – She might not despise
A Buttercup’s Array –

I know the Whole – obscures the Part –
The fraction – that appeased the Heart
Till Number’s Empery –
Remembered – as the Milliner’s flower
When Summer’s Everlasting Dower –
Confronts the dazzled Bee –

F751/J727/1863

Mij Dierbaar – dat zal Ze altijd blijven –
Ook als Ze de naam die ik draag vergeet –
De stijl van de Jurk die ik aanheb –
De juiste Kleur van Mijn Haar –

Net als de Weiden – nu –
Ik durfde een Vlecht Daarvan te laten zien
Voor het geval dat – Ze een Rij
Boterbloemen niet zou minachten –

Ik weet dat het Geheel – het Deel verhult –
Het stukje – dat het Hart bevredigde
Tot de Getallen de Macht kregen –
In mijn Herinnering – als de Kunstbloem
Terwijl het Eeuwige Geschenk van de Zomer –
Zich ontvouwt aan de verbijsterde Bij –

“She”; waarschijnlijk wordt hiermee haar geliefde Sue (wiskundelerares) bedoeld, die de kleine boterbloem, Emily Dickinson met haar rossige haar en witte jurk vergeten is.
“Fraction”: zowel stukje als breuk (wiskundig).
“Number’s Empery”: de macht der getallen.
“Milliner’s flower”: letterlijk de bloem van de hoedenmaakster, een kunstbloem dus. Het stukje dat Susan Dickinson met Emily Dickinson deelt voelt als een kunstbloem, vergeleken met de rijke zomer die Susan Dickinson nu met de broer van Emily Dickinson deelt. En die blijft als een verbijsterde bij achter.

Bericht navigatie

<< 1 2 … 107 108 109 110 111 112 113 … 265 266 >>

Verzamelde
Gedichten
met Nederlandse
vertaling

  • Home
  • Index Engelse Beginregels

  • Bloemlezing
  • Biografie
  • Fauna
  • Flora
  • Kunst
  • Leeswijzer
  • Links
  • Over deze site
  • Uitgaven
  • Zoeken ?

© Vertaling Adrie Lint – De vertaling mag met schriftelijke toestemming worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden.

↑