“Faith” is a fine invention
For Gentlemen who see –
But Microscopes are prudent
In an Emergency!
F202/J185/1861
“Geloof” is een prachtige uitvinding
Voor Heren die het zien –
Maar Microscopen krijgen de voorkeur
Bij een Noodgeval!
“Faith” is a fine invention
For Gentlemen who see –
But Microscopes are prudent
In an Emergency!
F202/J185/1861
“Geloof” is een prachtige uitvinding
Voor Heren die het zien –
Maar Microscopen krijgen de voorkeur
Bij een Noodgeval!
The thought beneath so slight a film –
Is more distinctly seen –
As laces just reveal the surge –
Or mists – the Apennine –
F203/J210/1861
Gedachten verborgen achter ’n dunne waas –
Zijn veel duidelijker te zien –
Zoals kantwerk juist de welving onthult –
Of nevel – de Apennijnen –
I’ll tell you how the Sun rose –
A Ribbon at a time –
The Steeples swam in Amethyst –
The news, like Squirrels, ran –
The Hills untied their Bonnets –
The Bobolinks – begun –
Then I said softly to myself –
“That must have been the Sun”!
But how he set – I know not –
There seemed a purple stile
That little Yellow boys and girls
Were climbing all the while –
Till when they reached the other side,
A Dominie in Gray –
Put gently up the evening Bars –
And led the flock away –
F204/J318/1861
Ik zal je verklappen hoe de Zon opkwam –
Strook voor Strook –
De Torenspitsen zwommen in het Paars –
Het nieuws kwam, als Eekhoorns zo snel –
De Heuvels maakten hun Hoeden los –
De Troepialen – zetten in –
Toen zei ik zachtjes tegen mijzelf –
“Dat moet de Zon geweest zijn!”
Maar hoe ze onderging – weet ik niet –
Het zag eruit als een paarse trap
Waarop kleine Gele jongens en meisjes
De hele tijd aan het klimmen waren –
Tot ze de andere kant hadden bereikt,
En een Dominee in ‘t Grijs –
Vriendelijk het hek van de avond sloot –
En de kudde wegleidde –
Come slowly – Eden!
Lips unused to Thee –
Bashful – sip they Jessamines –
As the fainting Bee –
Reaching late his flower,
Round her chamber hums –
Counts his nectars –
Enters – and is lost in Balms.
F205/J211/1861
Kom langzaam – Hof van Eden!
Lippen niet gewend aan Jou –
Nippen verlegen – aan jouw Jasmijn –
Gelijk de Bij die in zwijm valt –
Pas laat zijn bloem bereikt,
Rond haar kamer zoemt –
Zijn godendranken telt –
Binnengaat – en zich verliest in de Geuren.
Least Rivers – docile to some sea.
My Caspian – thee.
F206/J212/1861
De kleinste Rivieren – schikken zich in ‘n zee.
Mijn Kaspische Zee – jij.
I taste a liquor never brewed –
From Tankards scooped in Pearl –
Not all the Frankfort Berries
Yield such an Alcohol!
Inebriate of Air – am I –
And Debauchee of Dew –
Reeling – thro endless summer days –
From inns of Molten Blue –
When “Landlords” turn the drunken Bee
Out of the Foxglove’s door –
When Butterflies – renounce their “drams” –
I shall but drink the more!
Till Seraphs swing their snowy Hats,
And Saints – to windows run –
To see the little Tippler
Leaning against the – Sun –
F207/J214/1861
Ik proef een nooit gebrouwen drank –
Uit Kroezen met schuim van Parels –
Geen van de Druiven uit Frankfurt
Levert zo’n Alcohol op!
Aangeschoten van de Lucht – ben ik –
En Laveloos van de Dauw –
Wankelend – door eindeloze zomerdagen –
Uit kroegen van Vloeibaar Blauw.
Als de ‘Kroegbaas’ de dronken Bij
De deur van het Vingerhoedskruid uitzet –
Als Vlinders – hun ‘droesem’ laten staan –
Drink ik maar des te meer!
Tot Serafijnen met hun Sneeuwhoed zwaaien –
En Heiligen – naar het Raam rennen –
Om de kleine Pimpelaar te zien
Leunen tegen de – Zon –
Pine Bough –
A feather from the Whippowill
That everlasting sings!
Whose Galleries are Sunrise –
Whose Stanzas – the Springs –
Whose Emerald Nest – the Ages spin
Of mellow – murmuring Thread –
Whose Beryl Egg, what Schoolboys hunt –
In “Recess”, Overhead!
F208/J161/1861
Dennentak –
Een veer van de Nachtzwaluw
Die onophoudelijk blijft zingen!
Haar Galerijen zijn de Dageraad –
Haar Strofen – de Lentes –
Haar Smaragden Nest – spint Eeuwen –
Met zachte – ruisende Draad –
Haar Groene Ei – Schooljongens jagen er op –
In de “Vakantie”, Daarboven!