A first Mute Coming –
In the Stranger’s House –
A first fair Going –
When the Bells rejoice –
A first Exchange – of
What hath mingled – been –
For Lot – exhibited to
Faith – alone –
F732/J702/1863
Een eerste, zwijgzame Aankomst
In het Huis van de Vreemdeling –
Een eerste, prachtige Vertrek –
Wanneer de Klokken juichen –
Een eerste Uitwisseling – van
Wat verwarrend moet zijn – geweest –
Voor Lot – wordt getoond
Enkel – aan het Geloof –
Het gedicht wordt wel gelezen als een beschrijving van de overgang van leven naar dood, maar kan ook verwijzen naar elke grote verandering in een mensenleven.
[2.3] Lot: lot, bestemming ofwel Lot, een figuur uit de bijbel (Genesis 19). Hij woont als vreemdeling in Sodom, de stad van de zonde. Omdat hij een rechtschapen mens is, biedt hij onderdak aan twee onbekende mannen. Die laten niet merken dat ze engelen zijn. Als ruil voor de ontvangen gastvrijheid, raden ze Lot aan om Sodom te verlaten, want God zal de zondige stad verwoesten. Lot gelooft hen en bij het verlaten van de stad, kijkt zijn vrouw achterom en verandert in een zoutpilaar. Gezien de eerste strofe is gekozen voor de man uit de bijbel.
[2.3-4] – Een mogelijk, andere vertaling: Alleen – voor wie gelooft (vertrouwen heeft).