The Wind begun to knead the Grass –
As Women do a Dough –
He flung a Hand full at the Plain –
A Hand full at the Sky –
The Leaves unhooked themselves from Trees –
And started all abroad –
The Dust did scoop itself like Hands –
And throw away the Road –
The Wagons quickened on the Street –
The Thunders gossiped low –
The Lightning showed a Yellow Head –
And then a livid Toe –
The Birds put up the Bars to Nests –
The Cattle flung to Barns –
Then came one drop of Giant Rain –
And then, as if the Hands
That held the Dams –
———had parted hold –
The Waters Wrecked the Sky –
But overlooked my Father’s House –
Just Quartering a Tree –
F796/J824/1864
De Wind begon het Gras te kneden –
Zoals Vrouwen dat met Deeg doen –
Hij wierp een Handvol over de Vlakte –
Een Handvol in de Lucht –
De Bladeren lieten los van de Bomen –
En dwarrelden alle kanten op –
Het Stof schepte zich op als Handen –
En gooide de Weg weg –
De Wagens stoven door de Straat –
De Donderslagen roddelden zwaar –
Bliksem liet een Gele Kop zien –
En daarna een furieuze Haal –
De Vogels Barricadeerden hun Nesten –
Het Vee vluchtte naar de Stallen –
Toen viel er één druppel Reusachtige Regen –
En leek het wel alsof de Handen
Die de Dammen vasthielden –
———hun greep loslieten –
Al het Water brak de Hemel –
Maar sloeg het Huis van mijn Vader over –
En spleet slechts een Boom in Vieren –
Het gedicht heeft vijf verschillende versies, over een tijdspanne van 20 jaar. Deze versie is gestuurd naar Susan Dickinson. Een latere versie, verstuurd naar Thomas Higginson en Thomas Niles, uitgever:
The Wind begun to rock the Grass
With threatening Tunes and low –
He threw a Menace at the Earth –
A Menace at the Sky.
The Leaves unhooked themselves from Trees –
And started all abroad
The Dust did scoop itself like Hands
And threw away the Road.
The Wagons quickened on the Streets
The Thunder hurried slow –
The Lightning showed a Yellow Beak
And then a livid Claw –
The Birds put up the Bars to Nests –
The Cattle fled to Barns –
There came one drop of Giant Rain
And then as if the Hands
That held the Dams had parted hold
The Waters Wrecked the Sky,
But overlooked my Father’s House –
Just quartering a Tree –
De Wind deed het Gras schudden
Met vervaarlijke, zware Klanken –
Met een Dreigement bestookte hij de Aarde –
Met een Dreigement de Lucht.
De Bladeren lieten los van de Bomen –
En dwarrelden alle kanten op
Het Stof schepte zich op, als handen
En gooide de Weg weg.
De Wagens stoven door de Straten
Donder haastte zich langzaam –
Bliksem toonde een Gele Bek
En daarna een furieuze Klauw –
De Vogels Barricadeerden hun Nesten –
Het Vee vluchtte naar de Stallen –
Toen viel er één druppel Reusachtige Regen –
En leek het wel alsof de Handen
Die de Dammen vasthielden, hun greep loslieten
Al het Water brak de Hemel
Maar sloeg het Huis van mijn Vader over –
En spleet slechts een Boom in Vieren –