↓
 

Emily Dickinson

Gedichten

Bericht navigatie

<< 1 2 … 257 258 259 260 261 262 263 … 265 266 >>

My life closed twice before its close

Emily Dickinson

My life closed twice before its close;
It yet remains to see
If Immortality unveil
A third event to me,

So huge, so hopeless to conceive
As these that twice befell.
Parting is all we know of heaven,
And all we need of hell.

F1773/J1732/Jaartal onbekend

Mijn leven eindigde tweemaal voor zijn einde;
Het valt nog te bezien
Of Onsterfelijkheid mij
Een derde keer ontsluiert,

Zo kolossaal, zo onmogelijk te bevatten
Als wat mij twee keer is overkomen.
Dood is al wat we van de hemel weten,
Meer van de Hel hoeven we niet.

“Unveil”: laten zien, ontsluieren – voor Emily Dickinson is de dood een sluier die tussen aarde en hemel hangt.
“Parting”: vertrek, afscheid, (eufemistisch) dood.

A face devoid of love or grace

Emily Dickinson

A face devoid of love or grace,
A hateful, hard, successful face,
A face with which a stone
Would feel as thoroughly at ease
As were they old acquaintances –
First time together thrown.

F1774/J1711/Jaartal onbekend

Een gezicht verstoken van liefde of vriendelijkheid,
Vol haat, verhard, altijd uit op succes,
Een gelaat waarbij een steen
Zich helemaal op zijn gemak zou voelen
Alsof het oude bekenden waren –
Voor het eerst bij elkaar gegooid.

Upon the gallows hung a wretch

Emily Dickinson

Upon the gallows hung a wretch,
Too sullied for the hell
To which the law entitled him.
As nature’s curtain fell
The one who bore him tottered in, –
For this was woman’s son.
“‘Twas all I had,” she stricken gasped –
Oh, what a livid boon!

F1775/J1757/Jaartal onbekend

Aan de galg hing een schurk,
Te smerig voor de hel
Die hij volgens de wet verdiende.
Toen het doek van de natuur viel
Wankelde die hem ooit droeg naar voren –
Want dit was de zoon van de vrouw.
“Hij was alles wat ik had” snikte ze bedroefd –
Oh, wat een duivels geschenk!

Variant voor “livid” (regel 8): “appalling” (ontstellend).

The reticent volcano keeps

Emily Dickinson

The reticent volcano keeps
His never slumbering plan;
Confided are his projects pink
To no precarious man.

If nature will not tell the tale
Jehovah told to her
Can human nature not proceed
Without a listener?

Admonished by her buckled lips
Let every prater be
The only secret neighbors keep
Is Immortality.

F1776/J1748/Jaartal onbekend

De zwijgzame vulkaan waakt
Over zijn nooit slapende plannen;
Zijn roze projecten worden toevertrouwd
Aan wie niet onzeker is.

Als de natuur het verhaal niet wil vertellen
Dat Jahweh haar vertelde
Kan een mens dan niet voortleven
Zonder dat iemand luistert?

Laat elke kletskous gewaarschuwd zijn
Door haar verzegelde lippen
Het enige dat buren geheimhouden
Is Onsterfelijkheid.

“Neighbors” – buren, de mensen die met ons samenleven.
Varianten:
– voor “proceed” (regel 7): “survive” (overleven);
– voor ”prater” (regel 10): “babbler” (babbelkous);
– voor regel 11 “The only secret people shun” (Het enige geheim dat mensen uit de weg gaan).

To lose thee – sweeter than to gain

Emily Dickinson

To lose thee – sweeter than to gain
All other hearts I knew.
‘Tis true the drought is destitute,
But then, I had the dew!

The Caspian has it’s realms of sand,
It’s other realm of sea.
Without the sterile perquisite,
No Caspian could be.

F1777/J1754/Jaartal onbekend

Jou verliezen – is zoeter dan het winnen
Van alle andere harten die ik heb gekend.
Het klopt dat droogte armoedig is,
Maar toen, bezat ik dauw!

De Kaspische Zee heeft haar rijken van zand,
Tegenhanger van de zee.
Zonder deze steriele bonus
Zou er geen Kaspische Zee zijn.

Variant voor “hearts” (regel 2): “things” (dingen).

High from the earth I heard a bird

Emily Dickinson

High from the earth I heard a bird;
He trod upon the trees
As he esteemed them trifles,
And then he spied a breeze,
And situated softly
Upon a pile of wind
Which in a perturbation
Nature had left behind.
A joyous going fellow
I gathered from his talk
Which both of benediction
And badinage partook
Without apparent burden.
I subsequently learned
He was the faithful father
Of a dependent brood.
And this untoward transport
His remedy for care, –
A contrast to our respites.
How different we are!

F1778/J1723/Jaartal onbekend

Hoog boven de grond hoorde ik een vogel;
Hij wandelde op de takken
Alsof hij het een peulenschilletje vond,
Toen bespeurde hij een briesje,
En vleide zich zachtjes
Op een windvlaag
Die bij weersverandering
De natuur had achtergelaten.
Daar ging een vrolijke kerel
Begreep ik uit zijn praatjes
Die zowel gezegende taal
Als grappen bevatten
Zonder schijnbare moeite.
Vervolgens leerde ik
Dat hij de trouwe vader was
Van een kroost onder zijn hoede.
En deze ongerijmde verrukking
Zijn remedie tegen zorgen, –
Heel anders dan onze rustpauzes.
Hoe verschillend zijn we toch!

To make a prairie it takes

Emily Dickinson

To make a prairie it takes a clover and one bee,
One clover, and a bee,
And revery.
The revery alone will do,
If bees are few.

F1779/J1755/Jaartal onbekend

Een wei maak je
met een klavertje en één bij,
Eén klavertje, een bij,
En mijmerij,
Mijmeren alleen is voldoende,
Bij weinig bij.

“Revery” verwijst niet zozeer naar (dag-)dromen, maar naar mediteren, mijmeren of een visioen.

Bericht navigatie

<< 1 2 … 257 258 259 260 261 262 263 … 265 266 >>

Verzamelde
Gedichten
met Nederlandse
vertaling

  • Home
  • Index Engelse Beginregels

  • Bloemlezing
  • Biografie
  • Fauna
  • Flora
  • Kunst
  • Leeswijzer
  • Links
  • Over deze site
  • Uitgaven
  • Zoeken ?

© Vertaling Adrie Lint – De vertaling mag met schriftelijke toestemming worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden.

↑